Handleiding klinisch voorschrijven

006610 v.7

Doel

Het doel van deze werkinstructie is het ondersteunen van de gebruikers van Klinicom bij het gebruik van de basale functies van het systeem. Het gaat hierbij om het invoeren, wijzigen en stoppen van Medicatieopdrachten (MO’s), het voorschrijven van door de apotheek gedefinieerde behandelplannen (een vaste combinatie van geneesmiddelen, bijvoorbeeld een op- of een afbouwschema) en het invoeren van patiënteninformatie (bijvoorbeeld contra-indicaties en ongewenste (groepen van) geneesmiddelen).

Alle door een voorschrijver ingevoerde medicatieopdrachten worden in de apotheek vanaf het scherm gecontroleerd en zonodig gecorrigeerd.

Verpleegkundigen mogen in Klinicom Voorlopige Medicatieopdrachten (VMO’s) invoeren in naam van een vooraf te selecteren arts. De VMO’s worden direct doorgestuurd naar de ziekenhuisapotheek en verwerkt tot Definitieve Medicatieopdrachten (DMO’s).

Benodigdheden

Klinicom versie 2014-1

Werkwijze

Algemene informatie

Afkortingen

EVS = Elektronisch Voorschrijf Systeem
MO = Medicatie Opdracht
VMO = Voorlopige Medicatie Opdracht

Aanwijzing

Bij sommige functieknoppen verschijnt er een informatietekst wanneer de muiscursor (het pijltje) er overheen bewogen wordt.

Sneltoetsen

Met Alt + de eerste letter van de menufunctie, kan een menu geopend worden. Door vervolgens op een onderstreepte letter van een optie uit het menu te klikken, wordt de optie geopend. Voor bijvoorbeeld het wijzigen van het wachtwoord, is deze combinatie; (Alt + s) + w. Overige sneltoetsen zijn:
F1 = Help oproepen
F10 = Start zoekscherm
Tab = Vooruitspringen
Shift + Tab = Terugspringen
Pijltje naar beneden = Naar volgende regel
Pijltje naar boven = Naar vorige regel
Alt + F4 = Scherm afsluiten
Enter = OK
Esc = Annuleren

Betekenis kleuren startdatum MO’s

Groen = lopende MO
Geel = toekomstige MO
Wit = gestopte MO
Blauw = MO van andere opname
Grijs = Onderbroken MO

Informatie bij het invoeren

? → bij frequentie ingevuld betekent dit “niet van toepassing”. Toedientijden kunnen handmatig worden ingevuld.
va → bij frequentie ingevuld betekent dit “volgens afspraak”.
? → bij keerdosering ingevuld betekent dit “geen keerdosering bekend” of de keerdosering verschilt per toedienmoment. Keerdosering kan dan handmatig worden ingevuld.
+ → bij start- of stopdatum geeft de datum van vandaag, elke + daarna is één dag verder (in de toekomst).
– → bij start- of stopdatum geeft de datum van vandaag, elke – daarna is één dag terug (in het verleden).

Voorschrijven

Selecteer in het EPD een patient en start Klinicom op of open Klinicom via het icoon op het bureaublad van de computer en log in via onderstaand scherm.

  • Open vervolgens het Medicatiedossier (klinisch) door via het menu “Voorschrijven” het medicatiedossier te selecteren (zie onderstaand scherm).
  • Het volgende scherm kan verschijnen indien u bevoegdheid heeft voor meerdere instellingen. Indien u bevoegdheid heeft voor één instelling zal u dit scherm niet in beeld krijgen maar gelijk het daaropvolgende scherm zien (zie eronder).

  • Selecteer de juiste afdeling door de afdelingscode in te typen in het tekstvak centraal boven in het scherm of door de afdeling uit de lijst met afdelingen te selecteren door op te klikken.
  • Automatisch staat het vinkje bij ‘alleen opgenomen patiënten’ aan. Door dit vinkje uit te zetten kunt u naar een patiënt zoeken die op dat moment niet meer is opgenomen (maar wel in EZIS bekend is).
  • Selecteer de juiste patiënt door bij patiëntgegevens, bijvoorbeeld de naam, de geboortedatum of het patiëntnummer in te typen in de witte vakjes boven de kolommen en vervolgens op enter te drukken of op de knop. Vervolgens wordt een lijst weergegeven van patiënten die aan de door u ingevoerde criteria voldoen. Zie onderstaand voorbeeld
  • Selecteer de juiste patiënt en dubbelklik op deze regel of klik op [OK].
  • Het medicatiedossier van de geselecteerde patiënt verschijnt:

Invoeren thuismedicatie bij opname

  • Zet het zoekfilter op: Poliklinische recepten (evt. ook het filter “Excl. gestopt”)
  • Selecteer vervolgens de medicatieopdrachtregel die u wilt doorzetten. Dit is alleen mogelijk als het een poliklinische medicatieopdracht betreft (startdatum is blauw gekleurd).
  • Klik op de knop Doorzetten.
  • Als de patiënt nog niet is opgenomen kan het scherm opnemen patiënt verschijnen. De optie Opnemen op afdeling is automatisch geselecteerd.
  • Selecteer de afdeling (via het vergrootglas achter het veld Afdeling) waar de patiënt opgenomen wordt.
  • Klik op OK om de patiënt voorlopig op te nemen.
  • In eerste instantie wordt geprobeerd een uniek geneesmiddelnummer te vinden binnen het assortiment van de ziekenhuisapotheek. Wanneer geen uniek geneesmiddel gekoppeld kan worden, verschijnt eerst het Geneesmiddel zoekscherm. Vervolgens kiest u het juiste geneesmiddel (bij voorkeur ATC).
  • Vervolgens verschijnt het ingevulde scherm Medicatieopdracht (klinisch).
  • Bekijk de medicatieopdracht en pas eventueel de gegevens aan.
  • Klik op het Vinkje om de medicatieopdracht op te slaan. U keert terug naar het medicatiedossier van de patiënt.
  • Voer de rest van de medicatie in via een nieuwe klinische medicatieopdracht (K) of voer een behandelplan (B) in.
  • Klik nadat alle opdrachten zijn doorgezet en ingevoerd op de knop Versturen om de medicatieopdrachten te versturen naar de ziekenhuisapotheek.
  • Indien de voorlopige opname nog niet gekoppeld is aan de definitieve opname en u wilt iets toevoegen of wijzigen, kunt u onderstaande schermen in beeld krijgen.
  • Als u een opnamemelding krijgt, klikt u op Ja om de medicatie voor de huidige opname te bevestigen.
  • Vervolgens krijgt u een melding dat de voorlopige opname wordt beëindigd. Klik op OK.
  • Om de opnames samen te voegen klikt u op Ja.
    • Indien u op Nee klikt kan de medicatie uit de voorlopige opname verloren gaan.

Medicatiedossier

1. Voorschrijver.
2. B: Voorschrijven nieuw behandelplan.
3. C: Voorschrijven nieuwe cytostaticakuur (n.v.t.).
4. K: Voorschrijven nieuwe klinische medicatieopdracht.
5. P: Voorschrijven nieuwe poliklinisch recept.
6. S: Voorschrijven nieuwe samengestelde medicatieopdracht (n.v.t.).
7. Bestaande medicatieopdracht openen. De geopende medicatieopdracht kan vervolgens gewijzigd worden door hierin op te klikken.
8. Stoppen medicatieopdracht
9. Onderbreken medicatieopdracht.
10. Inzage in de bij een medicatieopdracht behorend medicatiebewakingsignaal.
11. Thuismedicatie.
12. Ontslagmedicatie.
13. Opnamehistorie.
14. Inzage in de voorlopige medicatieopdrachten (VMO’s).
15. Afdrukken overzicht(en): deellijst, medicatieoverzicht, dossier, temperatuurlijst, en kort medicatieoverzicht.
16. Inzage toedieningen.

Patiëntgegevens

17. Patiëntinformatie.
18. Medische gegevens.
19. Wisselen tussen het medicatiedossier en medicatieprofiel van deze patiënt.

Zoekfilter

20. Toon actuele medicatie voor: huidige opname, vorige opnames, alle opnames, poliklinische recepten, en opnames + recepten.
21. Zoekvelden: gestopt, onderbroken, toekomstig, lopend, actief, andere opnames, excl. gestopt., einddatum bereikt.

Afsluiten

22. Geneesmiddeleninformatie.
23. Medicatieopdrachtinformatie.
24. Medicatieopdracht versturen naar apotheek.
25. Medicatiedossier afsluiten.

Ad 1. Voorschrijver

Voor medisch specialisten is dit veld automatisch voor gevuld. Verpleegkundigen dienen hier de arts te selecteren voor wie ze de medicatieopdracht invoeren. Dit geldt in de situatie dat medicatie door een verpleegkundige per order van een arts wordt ingevoerd. Klik op het vergrootglas om de voorschrijver te selecteren (F9 = hoofdbehandelaar).

Ad 2. Voorschrijven behandelplan

Met behulp van deze knop B kan een behandelplan worden voorgeschreven. Per specialisme is een selectie van behandelplannen gemaakt. Zie onderstaand scherm:

  • De ‘Groep’ staat automatisch voorgevuld op uw eigen specialisme.
  • De behandelplannen zijn onderverdeeld in typen (zie in het bovenstaande scherm. De voor uw specialisme geselecteerde behandelplantypen zijn weergegeven. Door een behandelplantype te selecteren, wordt in het veld een lijst van de bij dit type behorende behandelplannen getoond. Selecteer een behandelplan door dubbel te klikken of door op [OK] te klikken, zie onderstaand scherm:
  • De startdatum kan desgewenst worden aangepast.

NB 1: De behandelplannen zijn gebaseerd op farmacotherapieprotocollen die goedgekeurd zijn door de Farmacotherapiecommissie van het WZA. Deze protocollen zijn beschikbaar op DKS-E. De behandelplannen in Klinicom vallen onder beheer van de ziekenhuisapotheek. In een behandelplan kunnen bij het voorschrijven geen mutaties aangebracht worden.

Ad 4. Voorschrijven van een nieuwe klinische medicatieopdracht

Klik op de knop K nieuwe klinische medicatieopdracht. Het volgende scherm verschijnt:

  • Toets in het tekst vak onder Geneesmiddel een deel van de geneesmiddelnaam in, het systeem zoekt terwijl u typt. Er wordt een lijst getoond van de gevonden geneesmiddelen.
  • NB: Diagnose heeft op dit moment geen toepassing.
  • Selecteer het juiste geneesmiddel door dubbel te klikken of door op [OK] te klikken.
  • Indien u een artikel wilt aanschrijven dat niet beschikbaar is in het assortiment van het WZA kunt u ‘speciaal artikel’ intypen in het vakje onder ‘geneesmiddelen’. In het volgende scherm kan dan bij ‘geneesmiddel’ de woorden ‘speciaal artikel’ worden weggehaald en de naam van het artikel worden ingetypt. Het wil echter niet zeggen dat de ziekenhuisapotheek deze geneesmiddelen ook levert. De ziekenhuisapotheek zal zonodig met u overleggen.
  • Wanneer er medicatiebewaking signalen optreden bij de combinatie van het gekozen geneesmiddel en het bestaande medicatieprofiel van de patiënt, worden deze signalen één voor één in een apart scherm getoond (zie voorbeeld onderstaande scherm).
  • In dit scherm kunt u kiezen voor doorgaan, het annuleren van de VMO of het stoppen van de andere MO waarop het signaal betrekking heeft. Er wordt gecontroleerd op interacties, pseudoduplicatie (geneesmiddel uit dezelfde groep), dubbelmedicatie (dezelfde werkzame stof), overdosering, ongewenste geneesmiddelen, niet formularium artikelen en contra-indicaties.
  • Nadat alle signalen zijn afgehandeld, verschijnt het volgende scherm:

Patiëntengegevens:

  • Algemene gegevens van de patiënt. De knoppenen zijn in dit scherm niet te raadplegen.

Geneesmiddel:

  • In dit veld staat het geselecteerde geneesmiddel voorgevuld. Door op de knopte klikken verschijnt een scherm, waarin informatie over het geneesmiddel te vinden is, zoals werkzame stoffen, opmerkingen voor gebruik, contra-indicaties, enz. Door op het vergrootglaste klikken wordt opnieuw het geneesmiddel zoekscherm geopend.

Toedienweg:

  • In dit veld staat de door de apotheek aan het geselecteerde geneesmiddel gekoppelde toedienweg voorgevuld.De toedienweg kan zonodig gewijzigd worden. De toedienweg is een verplicht veld en moet ingevuld zijn.

Frequentie:

  • In dit veld wordt door middel van specifieke codes de toedieningsfrequentie aangegeven. Door op het vergrootglas te klikken wordt het toedienfrequentie zoekscherm geopend. Wanneer in dit scherm op de knop wordt geklikt, verschijnt een lijst van alle mogelijke toedienfrequenties.
    In de gebruikte codes is het eerste cijfer de frequentie. Met een punt (.) ertussen is het tweede cijfer de keerdosering. Zie onderstaand voorbeeld:
    1.1 = 1 x daags 1 tablet om 8.00 uur
    4.1 = 4 x daags 1 tablet om 8.00, 12.00, 17.00 en 22.00 uur*
    4ab = 4 x daags 1 tablet om 6.00, 10.00, 16.00 en 22.00 uur* (antibioticatijden)
    va = volgens afspraak
    * externe instellingen: 21:00 uur i.p.v. 22:00 uur.
  • Scherm toedienfrequenties:
  • Wanneer de frequentie onbekend is, bijvoorbeeld bij zonodig medicatie, kan bij ‘frequentie’ va (volgens afspraak) worden ingevoerd.
    Om andere toedientijden te selecteren dan de standaard toedientijden ingesteld door de apotheek, kan bij ‘frequentie’ een ‘?’ ingevuld worden. De vakjes voor de toedientijden gaan open en kunnen handmatig worden ingevuld.
    NB: Hier kunnen alleen de bovenste 6 vakjes voor toedientijden worden ingevuld (in verband met beschikbaarheid op de deellijst).

Dosering:

  • In dit veld kan de keerdosering worden ingevoerd. Wanneer de keerdosering onbekend is of per toedienmoment verschilt, kan hier een ‘?’ ingevuld worden. Het vakje onder de toedientijden gaat open en de keerdosering kan handmatig worden ingevoerd.
    De opties per ‘m2’ en per ‘kg’ worden nog niet gebruikt.

Zonodig:

  • Door de optie ‘zonodig’ aan te vinken wordt een tekstvak geopend. De tekst die in dit tekstvak wordt ingevoerd, komt met de tekst ‘zonodig’ ervoor op de deellijst. Wanneer er onvoldoende ruimte is in dit tekstvak, kan de tekst worden geplaatst in het vak ‘Informatie voor verpleging’.

Periode:

  • Bij startdatum en –tijd wordt automatisch de datum en tijd waarop wordt ingevoerd, voorgevuld. Deze kunnen zonodig worden aangepast. Wanneer op het moment van voorschrijven bekend is hoelang het betreffende geneesmiddel gebruikt gaat worden, kan dit achter ‘aantal dagen’ worden ingevuld. De stopdatum wordt vervolgens automatisch ingevuld.

Opties:

  • De volgende opties zijn aan te vinken:
  • 1. Eigen medicatie. De patiënt heeft eigen medicatie meegebracht. Het gaat hier voornamelijk om medicatie voor meervoudig gebruik, zoals zalven, inhalatoren, de anticonceptiepil of homeopathische middelen. Deze medicatie wordt niet geleverd door de ziekenhuisapotheek. Alle overige medicatie van de patiënt wordt wel door de ziekenhuisapotheek geleverd.
  • 2. Patiënt neemt de medicatie in eigen beheer. Deze medicatie wordt wel door de ziekenhuisapotheek geleverd.
  • 3. Thuismedicatie (vooral van toepassing op het WZA). Dit betreft medicatie die in het ziekenhuis gecontinueerd wordt. Deze medicatie wordt wel door de ziekenhuisapotheek geleverd. Het is belangrijk aan te geven wanneer iets thuismedicatie betreft. Met behulp van deze informatie, kan medicatie die in het ziekenhuis tijdelijk wordt omgezet, volgens het substitutiebeleid van de ziekenhuisapotheek, bij ontslag weer teruggezet worden naar de juiste thuismedicatie.

Informatie:

  • In het eerste veld kan informatie voor de verpleging worden ingevoerd. Deze informatie wordt op de deellijst weergegeven.
    In het tweede veld kan informatie voor de apotheek worden ingevoerd. De apothekersassistente die de VMO verwerkt krijgt deze informatie in beeld, voordat de VMO wordt geopend. In het derde veld, ‘voorschrijfinformatie’, staan voorgevulde informatieteksten voor de voorschrijver of voor apothekersassistentes.

Klik op het groene vinkje (OK) wanneer alles is ingevuld. Wanneer een verplicht veld (geel gekleurd) niet is ingevuld komt dit als een melding in beeld.

In plaats van functie

De meest bekende merknamen van geneesmiddelen zijn in het assortiment van het specialisme of de instelling te vinden, ook wanneer deze geneesmiddelen niet tot het assortiment van de ziekenhuisapotheek behoren. Wanneer u een merkgeneesmiddel kiest die de ziekenhuisapotheek als generiekmiddel in het assortiment heeft, dan wordt het merkgeneesmiddel automatisch omgezet naar het generieke geneesmiddel en andersom. De geselecteerde merknaam staat op de MO vermeld achter de tekst ‘in plaats van’ (zie onderstaand scherm)

Wanneer het merkgeneesmiddel met reden gekozen wordt, dan moet dit aangegeven worden in het vakje ‘informatie voor apotheek’.

Ad 6. Voorschrijven van een nieuwe samengestelde medicatieopdracht

Functie is niet in gebruik.

Ad 7. Openen bestaande medicatieopdracht

Met behulp van deze knop of door op de regel in het medicatiedossier dubbel te klikken, wordt de geselecteerde regel in het medicatiedossier ter inzage geopend. Zie onderstaand scherm.

Door vervolgens op te klikken gaan alle velden open en kan de MO gewijzigd worden (stop + kopie).

Ad 8. Stoppen

Met behulp van deze knop kan een medicatieopdracht gestopt worden. Het volgende scherm verschijnt:

In dit scherm kan de reden voor het stoppen van de MO worden aangegeven. Dit is niet verplicht en blijft niet zichtbaar in het medicatiedossier van de patiënt (alleen bij openen van deze gestopte MO). Advies is om deze functie niet te gebruiken in Klinicom, maar de informatie over het stoppen van medicatie zonodig in de status van de patiënt te vermelden.

Ad 9. Onderbreken

Met behulp van deze knop kan medicatie tijdelijk onderbroken worden. Het volgende scherm verschijnt:

In dit scherm kan de reden voor het tijdelijk onderbreken van de MO worden aangegeven. Dit is niet verplicht en blijft niet zichtbaar in het medicatiedossier van de patiënt (alleen bij openen van deze onderbroken MO). Advies is om deze functie niet te gebruiken in Klinicom, maar de informatie over het tijdelijk onderbreken van medicatie zonodig in de status van de patiënt te vermelden.

Ad 10. Medicatiebewakingsignalen

Hiermee worden alle medicatiebewakingsignalen getoond van de geselecteerde MO. Deze knop is alleen actief als er voor de geselecteerde MO medicatiebewakingsignalen aanwezig zijn.

Ad 11. Thuismedicatie

Met behulp van de knop Thuismedicatie in het medicatiedossier van de patiënt kan de thuismedicatie in worden gezien. Deze optie wordt nog niet gebruikt.

Ad 12. Ontslagmedicatie

Met behulp van de knop Ontslagmedicatie in het medicatiedossier van de patiënt kan de ontslagmedicatie in worden gezien. Deze optie wordt nog niet gebruikt.

Ad 13. Opnamehistorie

Met behulp van deze knop kan de opnamehistorie van de patiënt worden ingezien.

Ad 14. Inzage VMO’s

Met behulp van deze knop wordt van een geselecteerde MO de bijbehorende VMO getoond (indien aanwezig). Indien in dit scherm op wordt geklikt worden alle aanwezige VMO’s zichtbaar gemaakt.

Ad 15. Afdrukken overzicht(en)

Met behulp van deze knop wordt het medicatiedossier in de vorm van een korte lijst uitgeprint. Deze lijst heeft op dit moment nog geen toepassing.

Ad 16. Inzage toedieningen

Met dit scherm worden de reeds vastgelegde toedieningen van de geselecteerde patiënt geraadpleegd.
Het scherm verschijnt na het aanklikken van de knop Historie in het scherm Toedieningen.


In dit overzicht staan alle vastgelegde toedieningen van de geselecteerde patiënt. Wanneer u dubbelklikt op een toedienregel, worden alle vastgelegde toedieningen van het geselecteerde geneesmiddel getoond.

Ad 17. Patiëntinformatie

In dit menu kunnen o.a. de volgende patiëntgegevens worden geraadpleegd: patiëntnummer, geboortedatum, adres, telefoonnummer, verblijfplaats (instelling, afdeling, kamer, bed), behandelende arts, huisarts en apotheek. Met de knop kan vanuit dit scherm direct het scherm voor medische gegevens worden geopend.

Ad 18. Medische gegevens

Via deze knop wordt het scherm geopend waarin medische gegevens, zoals allergieën en contra-indicaties kunnen worden ingevoerd.

Invoeren contra-indicaties

  • Klik in het medicatiedossier van de patiënt op de knop . Het volgende scherm verschijnt:
  • Het tabblad ‘Ziektebeelden’ is geselecteerd.
  • Klik bij ‘Details ziektebeeld’ op de knop nieuw .
  • Klik achter ‘Ziektebeeld’ op het vergrootglas . Het volgende scherm verschijnt:
  • Klik op de knop. Een keuzelijst met mogelijke ziektebeelden wordt getoond.
  • Selecteer het juiste ziektebeeld en klik op [OK].
  • Bij ‘oorsprong’ dient de bron van de melding te worden aangegeven (zie onderstaand scherm).
  • Dit kunt u als medisch specialist zelf zijn, maar het kan bijvoorbeeld ook om informatie gaan die van de huisarts afkomstig is.

  • Vul eventueel een vervaldatum in (bijv. bij zwangerschap).
  • Klik op het groene vinkje om uw instellingen op te slaan.
  • In het apotheeksysteem Zamicom kan de apotheek ook informatie over ziektebeelden bij een patiënt vastleggen. Deze informatie is daarna ook zichtbaar in Klinicom. De vastgelegde ziektebeelden gelden als contra-indicaties. Bij het voorschrijven wordt er medicatiebewaking op uitgevoerd en de informatie komt op de deellijst.

Invoeren allergieën

  • Klik in het medicatiedossier van de patiënt op de knop
    Het volgende scherm verschijnt:
  • Kies in dit scherm voor het tabblad ‘ongewenste middelen’ of ‘geneesmiddelen’. Indien voor ‘ongewenste middelen’ wordt gekozen worden alle producten die deze stof bevatten bij het voorschrijven bewaakt. Indien voor ‘geneesmiddelen’ wordt gekozen wordt één specifiek product bij het voorschrijven bewaakt.
  • Klik bij ‘details ongewenste middel’ / ‘details opmerkingen’ op de knop nieuw. Bij het tabblad ‘ongewenste middelen’ kunt u de keuze maken of u een ongewenste stof, een ongewenste groep, of een ongewenst HPK (HandelsProductKode) wilt invoeren.
  • Door achter ‘ongewenst middel’ / ‘geneesmiddel’ op het vergrootglas te klikken wordt het zoekscherm geopend.
  • Selecteer het juiste ongewenste middel / geneesmiddel of geneesmiddelgroep.
  • Het is vervolgens verplicht de ‘Reden van uitsluiting’ aan te geven. De reden van uitsluiting is bij de medicatiebewaking zichtbaar (zie onderstaande schermen).

  • Klik op het groene vinkje om uw instellingen op te slaan.
  • Allergieën die op deze manier zijn opgeslagen worden weergegeven op de deellijst en op deze ongewenste stoffen of geneesmiddelen wordt bij het voorschrijven bewaakt.

Ad 19. Medicatieprofiel

U kunt via de knop Medicatieprofiel wisselen tussen het medicatiedossier en het medicatieprofiel van de patiënt.

Ad 20. Toon medicatie voor

Via dit menu kan er gekozen worden om de medicatie te laten tonen voor:

  • Actuele medicatie: alle lopende en toekomstige regels van deze patiënt.
  • Huidige opname: alle medicatie gekoppeld aan de huidige opname: standaard ingesteld voor klinische patiënt.
  • Vorige opnames: alle opnames behalve de huidige.
  • Alle opnames
  • Poliklinische recepten: standaard ingesteld voor poliklinische patiënt
  • Opnames en recepten
  • Ad 21. Opties voor opbouw medicatieoverzicht

    Hier kan aangegeven worden welke gegevens zichtbaar zijn in het medicatieoverzicht. Er kan o.a. voor gekozen worden om uitsluitend lopende medicatie van de huidige opname te tonen of uitsluitend gestopte medicatie. Door bovenin het keuzemenu op het lege balkje te klikken wordt alle medicatie van de huidige en vorige opnames (lopend, gestopt en toekomstig) in één scherm getoond. Het medicatieoverzicht kan in verschillende volgorde geordend worden (o.a. op geneesmiddelnaam, startdatum, toedienweg en voorschrijver) door boven in de balk van de gewenste kolom te klikken. Door dubbel te klikken wordt de volgorde omgedraaid.

    Ad 22. Geneesmiddelinformatie

    Met behulp van deze knop kan bij ‘informatie’ informatie over het geneesmiddel zoals opmerkingen voor gebruik, werkzame stoffen en bijzondere kenmerken, van het geselecteerde geneesmiddel worden ingezien. Daarnaast kan bij ‘medicatiebewaking’ informatie worden gevonden over contra-indicaties en interacties.

    Ad 23. Medicatieopdracht informatie

    Met behulp van deze knop kan een scherm geopend worden met informatie over de geselecteerde medicatieopdracht, o.a. geneesmiddelnaam en gebruiksaanwijzing.

    Ad 24. Versturen nieuwe of gewijzigde medicatieopdrachten

    Hiermee worden wijzigingen die in het medicatiedossier aangebracht zijn naar de apotheek gestuurd en opgeslagen. Alle verstuurde wijzigingen komen in beeld. Zie onderstaand scherm:

    Ad 25. Sluiten patiëntendossier

    Hiermee sluit u het dossier van de geselecteerde patiënt. Wanneer er wijzigingen zijn aangebracht in het medicatiedossier die nog niet verstuurd zijn naar de apotheek, wordt gevraagd of u de wijzigingen wilt annuleren (zie onderstaand scherm).
    Door op [Ja] te klikken annuleert u de wijzigingen en verlaat u het medicatiedossier van de patiënt. Door op [Nee] te klikken komt u terug in het medicatiedossier en zijn de invoerde wijzigingen bewaard gebleven. Door vervolgens op [versturen] te klikken, worden deze alsnog naar de apotheek verstuurd en opgeslagen in het medicatiedossier van de patiënt.

    Afhandeling afwijkingen

    Voorschrijven van geneesmiddelen zonder gebruik te maken van een elektronisch voorschrijfsysteem is uitsluitend toegestaan als:

    • de voorschrijver werkzaam is op een locatie waar elektronisch voorschrijven niet goed mogelijk is, onder de voorwaarde dat de voorschriften en gebruikte geneesmiddelen achteraf alsnog in een elektronisch voorschrijfsysteem worden ingevoerd; of
    • de voorschrijver uitsluitend een zeer beperkt palet aan geneesmiddelen voorschrijft, onder de voorwaarde dat de voorschrijver vooraf een prospectieve risicoanalyse maakt op de voorschriften; of
    • de voorschrijver zeer zelden een geneesmiddel voorschrijft, onder de voorwaarde dat de voorschrijver zich kan verantwoorden over de bewaking van de voorschriften alsof het ingevoerd was in een elektronisch voorschrijfsysteem; of
    • sprake is van een onvoorziene situatie, onder de voorwaarde dat elektronisch voorschrijven in dat specifieke geval niet mogelijk was en de voorschrijver hierover achteraf verantwoording kan afleggen.

    Verantwoording

    Tijdens kantooruren: 6453, extern: 0592-325453 (maandag t/m vrijdag van 08:30u tot 17:30u).
    Buiten kantooruren: dienstdoende ziekenhuisapotheker via portier 0592-325555.
    Mail vragen naar: Yvonne.Dijstelbloem@wza.nl