Klaarmaken en toedienen van parenteralia

009831 v.4

Doel

Beschrijven van de werkwijze met betrekking tot het klaarmaken en toedienen van parenteralia door daartoe bekwame en bevoegde professionals. Van belang hierbij is dat de hygiene maatregelen in acht worden genomen en dat er ongestoord wordt gewerkt om de kans op fouten te voorkomen.

Werkwijze

Algemeen

Draag een hesje “medicatie delen, niet storen”, tijdens toedienen van parenteralia. Voor sommige afdelingen geldt hierop een uitzondering, dit is per afdeling beschreven in een aanvulling op dit protocol.

In het Handboek Parenteralia op het KIS portaal staat per geneesmiddel aangegeven hoe dit moet worden bereid en toegediend. Zie ook de handleiding Handboek Parenteralia.

Een bereider voert de handelingen voor het klaarmaken van parenterale geneesmiddelen uit en moet hiertoe bekwaam, geschoold en bevoegd zijn.
De volgende (in opleiding zijnde) professionals kunnen hieraan voldoen:

  • Apothekersassistent
  • (Gespecialiseerd) Verpleegkundige
  • Anesthesie medewerker
  • OK-assistent
  • Radiodiagnostisch laborant
  • Doktersassistent
  • Verzorgende
  • Arts
  • Verloskundige
  • Verpleegkundig specialist

Een toediener is degene die het geneesmiddel toedient. Een toediener moet bekwaam, geschoold en bevoegd zijn om deze handelingen uit te voeren.
De volgende (in opleiding zijnde) professionals kunnen hieraan voldoen:

  • (Gespecialiseerd) Verpleegkundige
  • Anesthesiemedewerker
  • OK-assistent
  • Radiodiagnostisch laborant
  • Doktersassisten
  • Verzorgende
  • Arts
  • Verloskundige
  • Verpleegkundig specialist

Een medicatieopdracht moet voldoen aan de eisen zoals beschreven in de “procedure medicatieopdracht”.

Handendesinfectie vindt plaats zoals beschreven in de werkinstructie “Handen, hygiëne van”

Specificaties van de werkplek:

  • Er is een aparte medicatie bereidingsruimte (voor een enkele afdeling is er een uitzondering, m.n. OK en CDC, op de SEH is een aparte ruimte in voorbereiding dec 2016).
  • Er is een werkplek waar uitsluitend parenteralia worden klaargemaakt.
  • Deze plek is op elke afdeling als zodanig gedefinieerd.
  • Het werkblad is van materiaal dat goed te reinigen en te desinfecteren is.
  • De werkplek is groot genoeg.
  • Er kan een dienblad worden ingezet als werkplek
  • De werkplek is rustig, er kan ongestoord gewerkt worden.
  • Er is een haak waaraan het medicatiehesje gehangen kan worden.
  • Zo veel mogelijk materialen worden aan de muur bevestigd zodat het werkblad vrij blijft.
  • Werkvoorraad zoals, infusen, infuusmateriaal, spuiten en naalden liggen opgeslagen in de directe omgeving van de werkplek.
  • Benodigd materiaal aanwezig bij het werkblad.
    • Gaasjes (onsteriel)
    • Alcohol (= ethanol) 70% met isopropylalcohol 5%
    • Dienblad (indien van toepassing)
    • Naaldencontainer
    • Niet steriele handschoenen
    • Er is een elleboogdispenser met handenalcohol aanwezig
    • Alcohol swaps
    • Nierbekkens of nasibakjes
    • Etiketten
  • Er is een stang waaraan een haken gehangen kunnen worden zodat de infusen vrij van de wanden klaargemaakt kunnen worden.
  • Er is een PC ter beschikking in de directe omgeving om het elektronisch handboek parenteralia te raadplegen.
  • Er is een afvalbak met een voetpedaal.
  • Er kan geen spatwater op het werkblad terecht komen.
  • Er is een klok met datum en tijd te zien vanaf de werkplek.
  • Er is voldoende verlichting in de ruimte en met name boven de werkplek
  • Werkwijze met betrekking tot de werkplek
    • Er wordt aan één bereiding tegelijk gewerkt per werkplek.
    • De werkplek is opgeruimd.

Schoonmaak van de medicatie bereidingsruimten en het werkblad wordt uitgevoerd conform de WIP richtlijn “desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen” en staat beschreven voor de ruimte beschreven in het document facilitaire ondersteuning en voor het werkblad en de materialen in het document reiniging en frequentie overzicht: van apparaten, hulpmiddelen en opslagruimten

TIP: Neem contact op met de ziekenhuisapotheek wanneer u niet zeker bent van de situatie, bijvoorbeeld wanneer u meerdere ampullen moet optrekken (meer dan drie: bel de farmacie).

Klaarmaken van parenteralia in niet-acute situaties

1. Controleer het voorgeschreven geneesmiddel door bereider (persoon A)

  • Lees en interpreteer de medicatieopdracht
  • Controleer met behulp van het handboek parenteralia:
    • Hoe het geneesmiddel moet worden klaargemaakt
    • In welke hoeveelheid
    • Via welke toedieningsweg
    • Welke oplossings- en verdunningsmiddelen nodig zijn
    • Wat de houdbaarheid is na bereiding
    • Verenigbaarheid met andere geneesmiddelen die de patient per infuus krijgt; kunnen de middelen samen lopen?

2. Maak en vul het toedienetiket in door bereider (persoon A)

Er zijn hierbij twee mogelijkheden, het volledig in te vullen etiket “geneesmiddel toegevoegd” of de voorgedrukte etiketten. Alle produkten die klaar gemaakt worden krijgen een etiket, infusen en spuiten.

Geneesmiddel toegevoegd:

Noteer:

  • Naam van het geneesmiddel conform de medicatieopdracht
  • Sterkte (hoeveelheid)
  • Naam en hoeveelheid van het oplosmiddel (bij poeders voor injectie/infusie)
  • Datum en tijd dat het geneesmiddel is klaargemaakt
  • Houdbaarheid na klaarmaken; noteer het aantal uren bij “houdbaar t/m” (zie onder houdbaarheid)
  • Naam en geboortedatum van de patient
  • Afdeling

TIP: Vermijd het gebruik van afkortingen op het toedienetiket. Door het gebruik van afkortingen zijn verkeerde interpretaties mogelijk, wat de kans op fouten vergroot.

Voorgedrukte etiketten

Voorbeeld

Noteer:

  • Datum en tijd dat het geneesmiddel is klaargemaakt
  • Houdbaarheid na klaarmaken; noteer het aantal uren “houdbaar” (zie onder houdbaarheid)
  • Voorgedrukte etiketten voor spuitenpompen kunnen worden aangevraagd bij de ziekenhuisapotheek.
Houdbaarheid

Zie hiervoor de werkinstruktie “Handleiding Handboek Parenteria” ID 9761.
Direct toedienen: Noteer op het etiket de houdbaarheid na start toedienen (bijvoorbeeld “24 uur”)
Niet direct toedienen: Noteer op het etiket de houdbaarheid tot toedienen en de houdbaarheid na start toedienen (bijvoorbeeld “8 + 24 uur”)

Afwijkende werkwijze etiketten OK

De OK maakt gebruikt van afwijkende stickers voor het etiketteren van spuiten beschreven in document klaarmaken en toedienen parenteralia op het OK complex.

3. Bereken de benodigde hoeveelheid door bereider (persoon A)

De berekening om de juiste sterkte van een geneesmiddel klaar te maken is een essentiële stap in het proces. Voer de berekening als bereider en als controle onafhankelijk van elkaar uit. Zie de bijlage “rekenvoorbeelden” aan het eind van dit document. Berekeningen worden niet bewaard.

4. Desinfectie handen en werkblad en toepassen hygiene maatregelen door bereider (persoon A)

  • Desinfecteer de handen met handalcohol (Sterilium®) conform WI Hygiene van de handen. Handen wassen is alleen nodig indien deze zichtbaar vuil zijn
  • Draag schone werkkleding en disposible niet steriele handschoenen
  • Reinig zichtbare verontreinigingen van het werkblad met een disposible microvezeldoek
  • Desinfecteer het werkblad voorafgaand aan de bereiding met alcohol 70% in 5% isopropanol.

5. Verzamel en leg de benodigde materialen klaar door bereider (persoon A)

Benodigde materialen:

  • Ampul of flacon met geneesmiddel
  • Oplosmiddel
  • Toedienetiket
  • Injectiespuit(-en)
  • (transfer-)naalden
  • Filternaalden
  • Infuuscontainer
  • Nierbekken of nasibakje

Controleer op vervaldatum.
In geval er meerdere produkten achter elkaar gemaakt worden: Verzamel de materialen in een nierbekken per patient.

6. Klaarmaken van het geneesmiddel door bereider (persoon A)

  • Trek niet steriele handschoenen aan.
  • Bereid één produkt tegelijk.
  • Desinfecteer het rubber van de injectieflacons en de hals van de ampullen een gaasje met alcohol 70% met isopropylalcohol of een alcoholswap. (figuur 1 en 2)
  • Haal de beschermstrip van de infuuspoort van de infuuscontainer, deze is steriel bij standaard infuuszakken (vb ecoflac en ecobag). Desinfecteer het aanprikpunt van de infuusflacons indien dit niet steriel verpakt is. (figuur 3)
  • Laat het desinfectans aan de lucht drogen (30 sec) voordat de flacon aangeprikt wordt of de ampul geopend.
  • Laat de gemaakte oplossing in de spuit controleren door een tweede persoon (zie stap 8).
  • Bewaar de flacon/ampul voor de controle.
  • Controleer of de oplossing helder is en goed gemengd is.

Figuur1

Figuur 2

Figuur 3

Naaldencontainer

Haal de naald met de hand van de spuit wanneer de spuit gevuld is en gebruikt moet worden voor toediening. Bij gebruikte naalden het klemmetje op de veilige naald doen en wegwerpen in de naaldencontainer.

Bewaren oplossing in een spuit

Sluit een spuit af met een steriel afsluitdopje in geval de oplossing niet direct wordt toegediend.

Optrekken uit een glazen breekampul

Desinfecteer als boven beschreven
Bij het breken van ampullen bestaat de kans dat er glas in de ampul komt. Gebruik een filternaald.
De werkwijze is: ampul breken – benodigde hoeveelheid opzuigen met filternaald – filternaald verwijderen – nieuwe naald op de spuit plaatsen. De filternaald moet verwijderd, anders kan er alsnog glas in de oplossing of de patient komen.

Aanprikken injectieflacon met een naald

Desinfecteer als boven beschreven.
Prik de naald rechtop (hoek van 90°) door het aanprikpunt.

Opzuigen vloeistof uit een flacon, omgaan onder- en overdruk.

Desinfecteer als boven beschreven

  • Draai de naald op de spuit.
  • Haal het beschermkapje van de naald.
  • Trek de zuiger van de spuit zo ver omhoog, dat de spuit voor 80% van het op te zuigen volume met lucht is gevuld.
  • Creëer of handhaaf de onderdruk bij het opzuigen van vloeistof uit een infusieflacon om te voorkomen dat het geneesmiddel uit de flacon sproeit als de naald er uit getrokken wordt. Onderdruk in de flacon verkrijgt men door – na aanprikken van de flacon – eerst de zuiger van de spuit verder uit te trekken, waardoor er lucht uit de flacon verdwijnt en er onderdruk ontstaat.
  • Beweeg de zuiger steeds een stukje naar beneden en weer omhoog tot het juiste volume is opgezogen.
  • Zuig wat extra lucht uit de flacon door de zuiger nog iets verder uit te trekken.
  • Haal, met de zuiger in deze positie, de spuit met naald uit de flacon.
  • Ontlucht de spuit en controleer of het juiste volume is opgezogen.
  • Gebruik geen losse naald om te beluchten. Hierbij is de kans dat de oplossing via de beluchtingsnaald sproeit of uit de flacon loopt groot.
Gebruik transfernaald

Desinfecteer als boven beschreven

  • verwijder de dop van een kant van de transfernaald
  • prik met deze kant de zak met de infuusvloeistof aan
  • verwijder de dop van de andere kant van de spike
  • prik de andere kant van de spike in de flacon met het geneesmiddel
  • houd de zak met het infuusvloeistof hoog, de flacon met geneesmiddel omlaag
  • indien er voldoende vloeistof bij het geneesmiddel is meng dan totdat het geneesmiddel is opgelost
  • houd dan de flacon met het geneesmiddel hoog zodat dit in de zak met infuusvloeistof kan lopen
  • indien de flacon met het geneesmiddel volledig in de infuusvloeistof zit verwijder de flacon van de spike
Volume dat mag worden toegevoegd aan een infuus

Desinfecteer als boven beschreven
Als er een groter volume moet worden bijgespoten dan aangegeven in de tabel, moet eerst infuusvloeistof worden verwijderd.
Gegevens van de Ecoflac (= standaard gebruikte infusen), de flacons bevatten altijd een paar procent extra volume

 VolumeVolumeVolumeVolume
Ecoflac100 ml250 ml500 ml1000 ml
Maximaal bij te spuiten volume40 ml60 ml80 ml100 ml

TIP:

  • Bereid parenteralia op een rustige werkplek, waar de bereider niet wordt gestoord. Onderbrekingen tijdens de bereidingen vergroot de kans op fouten
  • Om de kans op verwisselingen te voorkomen: maak nooit 2 verschillende parenteralia tegelijkertijd klaar, maar rond één bereiding eerst volledig af en werk niet met meerdere mensen aan het werkblad
  • Maak gebruik van de juiste spuit bij het op te trekken geneesmiddel. Trek een ampul van 2 ml op met een 2 ml spuit (eventueel 5 ml), maar niet met een spuit van 10 ml of meer!
  • Ampullen en injectieflacons bevatten vaak een overmaat vloeistof, meet de juiste hoeveelheid af

7. Teken het toedienetiket door bereider (persoon A)

Parafeer op het toedienetiket en plak deze na het klaarmaken op het infuus of de spuit.
Maak bij kleine spuiten een “vlag” van het etiket. Zorg hierbij dat de schaalverdeling van de spuit leesbaar blijft; vouw het etiket dubbel en plak de zijkanten op de spuit. Zie figuur 4.

8. Controle door tweede persoon (= controle, persoon B)

Een tweede bekwame persoon controleert het klaargemaakte geneesmiddel aan de hand van:

  • de juiste medicatieopdracht voor de betreffende patient
  • het juiste geneesmiddel (aan de hand van de lege ampullen/flacons)
  • de juiste sterkte (aan de hand van de lege flacons/ampullen, in geval dat een deel van de ampul/flacon wordt gebruikt: controleer de gemaakte oplossing in de spuit)
  • de houdbaarheid
  • de juiste berekening
  • het juiste oplosmiddel(len) (indien van toepassing)
  • de juiste hoeveelheid verdunningsmiddel (indien van toepassing)
  • de juiste bereidingswijze (Handboek Parenteralia)
  • het juiste toedienetiket
  • verkleuring/vertroebeling/uitkristallisatie
  • donker of koel bewaren (indien van toepassing)
  • verenigbaarheid met andere geneesmiddelen die de patient per infuus krijgt; kunnen de middelen samen lopen?

De controle vindt plaats na de bereiding. Behalve in geval een deel van een flacon moet worden opgetrokken, dan moet het aantal ml worden gecontroleerd voordat het aan een infuus of spuit voor de spuitenpomp wordt toegevoegd, dus controle tijdens de bereiding.

In geval de persoon A en B ook de toediening en controle daarvan samen uitvoeren kunnen de controles met betrekking tot het toedienen tegelijk worden uitgevoerd met de controle van de bereiding. Zie voor de benodigde controles stap 5 onder toedienen.

9. Tweede persoon tekent toedienetiket (=controle, persoon B)

De controlerende persoon parafeert op het toedienetiket voor de uitgevoerde controles.
Door notatie van de paraaf is de controleur verantwoordelijk voor de controle van de medicatieopdracht en de juistheid van de gebruikte middelen, de berekening en eventuele aantekeningen van de bereider en het toedienetiket (alle onderdelen genoemd bij stap 8).

NB: Als het product verkeerd is klaargemaakt en nog niet toegediend, moet dit direct vernietigd worden.

Bereidingen clusteren

Het klaarmaken van parenteralia voor een patient mag uitgevoerd worden door een andere verpleegkundige dan die van de patient zelf. Op deze manier is het mogelijk om een serie parenteralia geclusterd klaar te maken. Dit heeft verschillende voordelen: Eén verpleegkundige heeft op dat moment geen andere taak (concentratie), het gereed maken van de werkplek en het verzamelen van materiaal kan in één keer (tijdswinst).

Figuur 4

Toedienen van parenteralia in niet-acute situaties

1. Controleer het voorgeschreven geneesmiddel

Controleer aan de hand van de medicatieopdracht de gegevens op het toedienetiket op het klaargemaakte geneesmiddel.
In geval degene die toedient het produkt zelf heeft klaargemaakt (persoon A) vervalt deze controle.

2. Voorbereiding van de toediening

  • Bereken de toediensnelheid
  • Bereken de pompstand
  • Kies het juiste toedienprotocol in de spuitenpomp
  • Controleer op verenigbaarheid met andere geneesmiddelen die de patient per infuus krijgt; kunnen de middelen samen lopen? Als de bereider ook toedient (persoon A) is dit niet van toepassing omdat de controle dan al is uitgevoerd bij de bereiding.

3. Verzamel en leg de benodigde materialen klaar

  • Leg het geneesmiddel klaar voor toediening
  • Controleer of op het toedienetiket de vereiste parafen staan

4. Identificeren patient

Controleer de naam en de geboortedatum van de patiënt (zie de procedure Toedienen van geneesmiddelen)

5. Controle door een tweede persoon

Er zijn meerdere situaties mogelijk: Als twee personen die betrokken waren bij de bereiding en de controle daarvan dezelfde zijn als degenen die de toediening uitvoeren zijn handelingen anders.
De controle van de toediening moet uitgevoerd worden bij de patient.

5a Situatie 1: De toediener en de persoon die de controle van toediening uitvoert zijn dezelfde als die de bereiding en de controle daarvan hebben uitgevoerd (“persoon A en B” van de bereiding)

Het aantal controles is beperkt:

  • de juiste toedieningsweg
  • de juiste toediensnelheid
  • de juiste patiënt
  • het juiste tijdstip van toedienen
5b Situatie 2: De persoon die de controle van de toediening uitvoert is niet betrokken geweest bij de bereiding (de controle is iemand anders dan “persoon A of B” van de bereiding)

Hierbij is het aantal controles uitgebreider:

  • de juiste medicatieopdracht
  • het juiste geneesmiddel
  • de juiste dosering
  • de juiste toedieningsweg
  • de juiste toediensnelheid
  • de juiste patiënt
  • het juiste tijdstip van toedienen
  • verenigbaarheid met andere geneesmiddelen die de patient per infuus krijgt; kunnen de middelen samen lopen?

Voer de controle uit ten opzichte van de originele medicatieopdracht. Reken de berekening van de toediensnelheid en pompstand opnieuw na.

Uitzonderingen op de tweede controle bij toedienen zijn:

  • Fragmin alle sterktes
  • Arixtra
  • Basis infusen

Deze mogen zonder controle worden toegediend. In Klinicom wordt niet om een 2e paraaf gevraagd.

6. Desinfecteer handen en pas hygiënemaatregelen toe

Draag schone werkkleding, pas handhygiëne toe conform WI Hygiene van de handen en draag disposible niet steriele handschoenen.

7. Aansluiten

  • Vraag naam + geboortedatum aan de patient of controleer het polsbandje
  • Controleer of het infuus goed loopt
  • Desinfecteer indien nodig het aansluitpunt bij de patient met een alcohol swap en laat drogen (figuur 6)
  • Sluit het geneesmiddel aan
  • Stel de toediensnelheid in
  • Registreer de toediensnelheid in het EPD, op de IC-lijst of de anaesthesie lijst
  • Registreer de toediening en controle elektronisch volgens de WI: “elektronische toedienregistratie in Klinicom ID 11771”
  • Indien van toepassing: Spoel het toediensysteem na

Figuur 6

8. Evaluatie

  • Wanneer het geneesmiddel is toegediend, vindt observatie plaats op basis van de verwachte werking en/of bijwerkingen.
  • Identificeer en controleer bij de wisseling van de dienst de lijnen en infusiesnelheden en controleer op extravasatie (infuus loopt buiten het bloedvat).
  • Verricht in geval van het gebruik van een pomp en bij continue infusen bij iedere dienstwissel (of tenminste binnen 8 uur) een check op het juist instellen van de pompsnelheid en het goed openstaan van de kranen.

Klaarmaken en toedienen van parenteralia in acute situaties

Klaarmaken

  • Maak het geneesmiddel klaar volgens het Handboek Parenteralia.
  • Probeer zoveel mogelijk te werken volgens de aanwijzingen bij klaarmaken van parenteralia in niet-acute situaties.
  • Doe tenminste het volgende:
    • Werk op een vrij deel van een werkplek
    • Maak nooit meer dan één bereiding gelijktijdig klaar
    • Vermeld de naam van het product op de spuit of het infuus (desnoods met viltstift)
  • Laat de bereiding en de gebruikte materialen controleren door een tweede persoon. Alleen in levensbedreigende situaties mag deze controlestap achteraf plaatsvinden (nadat het geneesmiddel is toegediend).

Toedienen

  • Probeer zoveel mogelijk te werken volgens de aanwijzingen bij toedienen van parenteralia in niet acute situaties
  • In geval van mondelinge medicatie opdracht wordt closed-loop communicatie toegepast, zie het voorbeeld hieronder
  • Verzamel de gegeven medicatie (lege ampullen/flacons) voor administratie achteraf
  • Registreer de gebruikte medicatie naderhand; dan kan ook evaluatie plaatsvinden
  • Bij het gebruik van parenterale geneesmiddelen in acute situaties is patiëntidentificatie doorgaans onnodig, omdat er één-op-één wordt gewerkt
Voorbeeld closed-loop communicatie 1
  • Geef 1 mg atropine
  • Ik ga nu 1 mg atropine geven OK?
  • Goed
  • 1 mg atropine is gegeven
Voorbeeld closed-loop communicatie 2
  • Start nitroglycerine pomp 10 gamma
  • Na klaarmaken nitroglycerine 1 mg/ml 50 ml + controle
  • Ik start de nitroglycerine op 0,6 ml/uur = 10 gamma
  • Goed
  • Nitroglycerine loopt

BIJLAGE 1 REKENVOORBEELDEN

Berekening dosering van mg naar ml

Verschillende geneesmiddelen komen in oplossing voor of als poeder voor injectie. De sterkte van de ampul is dan (na oplossen) als concentratie aangeduid, terwijl de dosering in aantal gram of milligram staat aangegeven.

1. Concentratie geneesmiddel (conc) = …. mg / ml
2. Gewenste dosering (D) = … mg
3. Op te trekken hoeveelheid volume: D/conc = … ml

Voorbeeld
1. Ampul 20 mg / ml, 2 ml
2. Patiënt moet 15 mg toegediend krijgen
3. 15 / 20 = 0,75 ml

Berekening druppelsnelheid infuus

Het aantal druppels per minuut is afhankelijk van de hoeveelheid vloeistof die toegediend moet worden en van de tijd waarin dit moet gebeuren.

Voor de berekening van het aantal druppels in waterige oplossingen geldt:
1. 1 ml = 20 druppels
2. Toe te dienen volume in ml x 20 druppels = … druppels
3. 1 uur = 60 min
4. Per minuut: totaal aantal druppels / aantal minuten = … druppels per minuut

Voorbeeld
Bijvoorbeeld: 500 ml NaCl/Glucose toedienen in 4 uur
1. 1 ml = 20 druppels
2. 500 ml x 20 druppels /ml = 10.000 druppels
3. 4 uur = 4 uur x 60 min/uur = 240 minuten
4. Per minuut: 10.000 / 240 = ruim 41,5 druppels
5. Druppelregelaar moet 41 – 42 druppels per minuut doorlaten

Berekening toedieningssnelheid in druppels per minuut van … mg geneesmiddel

1. Geef … mg geneesmiddel opgelost in … ml infuus (= volume infuuszak of -fles) in … uur
2. … ml / … uur = … ml (A) per uur
3. 1 ml = 20 druppels in waterige oplossing
4. 20 x …(A) ml/uur = … (B) druppels per uur
5. 1 uur = 60 minuten
6. B druppels per uur = … (B/60) druppels per minuut

Voorbeeld
1. 3000 mg in 100 ml NaCl 0,9% in 2 uur
2. 100 ml / 2 uur = 50 ml per uur
3. 1 ml = 20 druppels
4. 20 x 50 ml = 1000 druppels per uur
5. 1 uur = 60 minuten
6. 1000 / 60 = 16,7 druppels per minuut
7. Stel de toedieningssnelheid in op 17 druppels per minuut

Berekening met percentages

Procenten geeft het aantal gram aan dat is opgelost in 100 ml van de oplossing.

Voorbeeld
Hoeveel mg zit er in 1 ml van een 3% oplossing?
1. 3% betekent 3 gram in 100 ml
2. Dit is 3000 mg in 100 ml
3. Dit is 30 mg per 1 ml

VERWANTE DOCUMENTEN:

  • Toedienen parenteralia op de intensive care ID: 12557.
  • Klaarmaken en toedienen van parenteralia op het OK complex ID 8503

Referenties

Wip richtlijn: Handhygiene
Wip richtlijn: Reiniging en desinfectie van ruimten en meubilair en voorwerpen.
Richtlijn VTGM parenteralia op verpleegafdelingen in ziekenhuizen versie 2.1
VMS thema High Risk Medicatie: klaarmaken en toedienen van parenteralia okt 2009