Medicatie

AccareLogoKlein

versie 7, februari 2010

Medicatie

INHOUD

SEROTONINE HEROPNAMEREMMERS

1. FLUOXETINE
2. CITALOPRAM
3. SERTRALINE
4. FLUVOXAMINE

TRICYCLISCHE ANTIDEPRESSIVA

1. CLOMIPRAMINE

ANTIPSYCHOTICA

1. RISPERIDON
2. CLOZAPINE
3. HALOPERIDOL
4. PIPAMPERON
5. PIMOZIDE
6. ARIPIPRAZOL

PSYCHOSTIMULANTIA

1. METHYLFENIDAAT
2. DEXAMFETAMINE

ADRENERGE MIDDELEN

1. ATOMOXETINE
2. CLONIDINE

STEMMINGSSTABILISATOREN

1. VALPROÏNEZUUR
2. LITHIUMCARBONAAT

ANXIOLYTICA

1. LORAZEPAM
2. OXAZEPAM

APPENDIX

Tabel 1. Interactietabel

BRONNEN

Serotonine heropnameremmers

Algemeen: Doseringen van SSRI’s gelden bij angst- of stemmingstoornissen. Fluvoxamine vormt hierop een uitzondering; dit SSRI heeft geen plek in de behandeling van stemmingsstoornissen (behalve in combinatie met ASS). De consensus lijkt te zijn dat bij obsessieve compulsieve stoornis (OCS) vaak langer en hoger gedoseerd moet worden dan bij angst- of bij stemmingsstoornissen.

1. FLUOXETINE

V –> capsule 20 mg; tablet 20 mg (deelbaar); capsule (diverse sterkten; kunnen op individuele aanvraag door apotheek worden bereid). Tablet mag verpulverd worden. De suspensie is uit de handel.

D –> Starten: Kinderen vanaf 8 jaar : het advies is om bij kinderen lichter dan 30 kg te beginnen met 1x per dag 2,5 mg en bij kinderen zwaarder dan 30 kg te beginnen met 1x per dag 5 mg en na drie weken de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen zonodig te verdubbelen. Maximale dagdosis is 20 mg. Meestal wordt 5 tot 20 mg per dag voorgeschreven (in 1 dosis).
Jeugdigen : het advies is om te beginnen met 1x per dag 10 mg en na drie weken de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen zonodig te verdubbelen. Maximale dagdosis is 40 mg (in 1 of 2 doses). Bij angststoornissen is de maximale dagdosis 20 mg; bij OCS is de maximale onderzochte dagdosis 80 mg.
Afbouwen: fluoxetine hoeft gezien de lange halfwaardetijd niet langzaam afgebouwd te worden.
Omzetten: fluoxetine kan ineens gestopt worden, waarna de SSRI van tweede keus langzaam kan worden ingeslopen.

O –> patiënt waarschuwen voor psychiatrische bijwerkingen. Let specifiek op suïcide gerelateerd gedrag.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

2. CITALOPRAM

V –> tablet 10 mg, 20 mg (deelbaar); druppels 40 mg/ml (1 dr = 2 mg) (15 ml). Tabletten mogen verpulverd worden. De biologische beschikbaarheid van druppels ligt 25% hoger dan die van de tablet; bij overschakeling van de ene naar de andere toedieningsvorm kan dit van belang zijn. Druppels niet mengen met melk of thee.

D –> Starten: Kinderen: het advies is om te beginnen met 1x per dag 4 mg in druppelvorm (= 2 dr) voor het slapen gaan en na een week de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen zonodig te verdubbelen. Maximale dagdosis is 16 mg in druppelvorm (= 8 dr) (in 1 of 2 doses). Na opbouw van de dosis tot 8 druppels is de dosis om te zetten in een tablet van 20 mg per dag.
Jeugdigen: het advies is om te beginnen met 1x per dag 10 mg in tabletvorm (= halve tablet) voor het slapen gaan en na een week de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen zonodig te verdubbelen. Maximale dagdosis is 40 mg in tabletvorm (in 1 of 2 doses).
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 2-4 weken in acht worden genomen.
Omzetten: Hier kan gebruik worden gemaakt van een kruisschema .

O –> patiënt waarschuwen voor psychiatrische bijwerkingen. Let specifiek op suïcide gerelateerd gedrag.
Verder: men dient er rekening mee te houden dat SSRI’s (m.u.v. fluoxetine vanaf 8 jaar) off-label worden voorgeschreven bij minderjarigen. Informeer de patiënt en de ouders hierover en maak hiervan een notitie in de status.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

3. SERTRALINE

V –> tablet 50 mg (deelbaar); drank 20 mg/ml (60 ml). Tablet mag verpulverd worden. Drank bevat 12% alcohol (niet geschikt voor kinderen tot 12 jaar).

D –> Starten: Kinderen: het advies is om te beginnen met 1x per dag 25 mg en na een week de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen zonodig te verdubbelen. Bij generaliseerde angststoornissen is de maximale dagdosis 50 mg; bij OCS is de maximale onderzochte dagdosis 200 mg.
Jeugdigen: het advies is om te beginnen met 1x per dag 50 mg en na een week de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen zonodig te verdubbelen. Bij generaliseerde angststoornissen is de maximale dagdosis 50 mg; bij OCS is de maximale onderzochte dagdosis 200 mg.
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 2-4 weken in acht worden genomen.
Omzetten: Hier kan gebruik worden gemaakt van een kruisschema.

O –> patiënt en ouders waarschuwen voor psychiatrische bijwerkingen. Let specifiek op suïcide gerelateerd gedrag.
Verder: men dient er rekening mee te houden dat SSRI’s (m.u.v. fluoxetine vanaf 8 jaar) off-label worden voorgeschreven bij minderjarigen. Informeer de patiënt en de ouders hierover en maak hiervan een notitie in de status.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

4. FLUVOXAMINE

V –> tablet 50 mg, tablet 100 mg. Tabletten zijn deelbaar en mogen verpulverd worden.

D –> Starten: Kinderen en jeugdigen: het advies is te beginnen met 1x per dag 25 mg en na een week de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen zonodig te verhogen met 25 mg/dag. Maximale dagdosis is 5 mg/kg (bij voorkeur te verdelen over 2 doses of anders in 1 dosis voor het slapen gaan). Optimale dagdosis is 3 mg/kg in 1-2 doses. De maximale onderzochte dagdosis bij angststoornissen is 250 mg (bij jeugdigen 300 mg); de maximale onderzochte dagdosis bij OCS is 200 mg.
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 2-4 weken in acht worden genomen.
Omzetten: Hier kan gebruik worden gemaakt van een kruisschema.

O –> patiënt en ouders waarschuwen voor psychiatrische bijwerkingen. Let specifiek op suïcide gerelateerd gedrag. Soms wordt na een aantal weken een opvallend “laconieke” houding beschreven (bijvoorbeeld bij voorheen angstige/perfectionistische jeugdigen) maar soms ook een vrijwel onmiddellijke agitatie (hyperactiviteit, rusteloosheid). Deze agitatie werd veel vaker bij kinderen met ASS gezien dan bij kinderen met OCS.
Verder: men dient er rekening mee te houden dat SSRI’s (m.u.v. fluoxetine vanaf 8 jaar) off-label worden voorgeschreven bij minderjarigen. Informeer de patiënt en de ouders hierover en maak hiervan een notitie in de status.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk. Bij potentiële geneesmiddeleninteracties kan fluvoxamine een goed alternatief zijn voor fluoxetine omdat ze verschillende CYP-enzymen remmen.

Tricyclische antidepressiva

1. CLOMIPRAMINE

V –> tablet 10 mg, dragee 25 mg, tablet mga 75 mg (“retard”). Gewone tablet en dragee mogen verpulverd worden.

D –> Starten: het advies is om bij de indicatie obsessieve compulsieve stoornissen te beginnen met 0,25-0,5 mg/kg/dag in 2 doses. Onderhoudsdosering: 2-3 mg/kg/dag in eenmalige dosis. Maximum dagdosis: 5 mg/kg/dag (maximaal 200 mg per dag).
De dosering over een periode van 4-6 weken op geleide van het klinisch beeld, bijwerkingen, ECG en bloeddruk/pols parameters zonodig met 10-25 mg per week verhogen. Bij adolescenten kan zonodig met één avonddosering (“retard” preparaat) worden volstaan.
Afbouwen: zeer langzaam uitsluipen (in stappen van 3 maanden)
Omzetten: n.v.t. Het is stap 2 bij OCS en stap 3 is toevoegen van een antipsychoticum

O –> clomipramine dient met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiënten met een aangeboren of verlengd QT-interval of een familiaire geschiedenis met een verlengd QT-interval. Indien hiervan het vermoeden bestaat of hiervan blijkt sprake te zijn, dient overleg plaats te vinden met de kindercardioloog/kinderarts. Aanwijzingen hiervoor zijn o.a. congenitale doofheid, plotse hartdood op jonge leeftijd in de familie en syncope. Daarna kan een eventuele behandeling pas ingezet worden en wordt voor en na instellen van clomipramine ECG-controle aangeraden.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

Antipsychotica

1. RISPERIDON

V –> tablet 0,5 mg, 1 mg, 2 mg, 3 mg, 4 mg; smelttablet “Quicklet” 1 mg, 2 mg; drank 1 mg/ml (20 dr = 1 mg) (100 ml). Tabletten zijn deelbaar en mogen verpulverd worden. Drank niet met hete dranken of melk innemen.

D –> de doseringen voor de indicatie psychosen zijn hoger dan voor indicaties zoals gedragsstoornis (o.a. agressief gedrag), tics en autisme.
Starten: Kinderen : het advies is om bij de indicatie psychotische stoornissen te beginnen met 1x per dag 0,25 mg oraal voor het slapen gaan en na een week de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen zonodig te verdubbelen en te verdelen over een ochtend- en een avonddosering.
Jeugdigen: het advies is om bij de indicatie psychotische stoornissen te beginnen met 1x per dag 0,5 mg oraal voor het slapen gaan en na een week de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen zonodig te verdubbelen en te verdelen over een ochtend- en een avonddosering. Maximale dagdosis is 6 mg (in 2 doses). Bij deze hoge doseringen gelden uiteraard extra en andere voorzorgsmaatregelen (zie hiervoor de literatuur volwassenenpsychiatrie).
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 1-2 weken in acht worden genomen.
Omzetten: hier kan gebruik worden gemaakt van een kruisschema.

O –> patiënt waarschuwen voor mogelijke gewichtstoename en risico op metabool syndroom op lange termijn en geef adviezen mee m.b.t. de beïnvloeding van dit probleem. Zie hiervoor ook de richtlijn ‘Monitoring metabole en endocriene bijwerkingen van antipsychotica’ in dit formularium. Voor evaluatie van eventuele extrapiramidale bijwerkingen kan gebruik worden gemaakt van de AIMS test. Verder: men dient er rekening mee te houden dat risperidon off-label wordt voorgeschreven bij minderjarigen. Informeer de patiënt en de ouders over beide onderwerpen en maak hiervan een notitie in de status.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

2. CLOZAPINE

V –> tablet 6,25 mg, 25 mg, 100 mg; drank 25 mg/ml (300 ml). Tabletten zijn deelbaar en mogen verpulverd worden.

D –> Starten: Kinderen en jeugdigen: het advies is om te beginnen met 1x per dag 25 mg voor het slapen gaan en na enkele dagen de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen zonodig te verhogen in stappen van 25 mg. Maximale dagdosis na 14 dagen is 300 mg (in 2-3 doses). Bij de meeste patiënten bedraagt de effectieve antipsychotische dosering 200 tot 450 mg per dag, verdeeld over meerdere doses. De totale dagdosis kan in verschillende hoeveelheden worden toegediend, waarvan het grootste deel ´s avonds. Na het bereiken van een maximaal therapeutisch effect kunnen veel patiënten effectief worden ingesteld op een lagere dosis. Voorzichtige neerwaartse titratie naar een hoeveelheid van 150 tot 300 mg per dag wordt aanbevolen. Wanneer de dagelijkse dosis niet groter is dan 200 mg kan eventueel worden volstaan met een eenmalige toediening ´s avonds.
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 1-2 weken in acht worden genomen.
Omzetten: hier kan gebruik worden gemaakt van een kruisschema.

O –> contra-indicaties bij dit middel zijn eerdere door medicatie veroorzaakte agranulocytose of granulocytopenie, myeloproliferatieve aandoeningen, psychoses ten gevolge van alcohol- of anderszins veroorzaakte intoxicatie en ongecontroleerde epilepsie. Kan convulsies opwekken. Controleer voorafgaand aan de behandeling en tijdens de behandeling gedurende de eerste 18 weken wekelijks het witte bloedbeeld. Daarna controle tenminste éénmaal per maand. Clozapine dient met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiënten met een aangeboren of verlengd QT-interval of een familiaire geschiedenis met een verlengd QT-interval. Indien hiervan het vermoeden bestaat of hiervan blijkt sprake te zijn, dient overleg plaats te vinden met de kindercardioloog/kinderarts. Aanwijzingen hiervoor zijn o.a. congenitale doofheid, plotse hartdood op jonge leeftijd in de familie en syncope. Daarna kan een eventuele behandeling pas ingezet worden en wordt voor en na instellen van clozapine ECG-controle aangeraden.
Patiënt waarschuwen voor mogelijke gewichtstoename en risico op metabool syndroom op lange termijn en geef adviezen mee m.b.t. de beïnvloeding van dit probleem. Zie hiervoor ook de richtlijn ‘Monitoring metabole en endocriene bijwerkingen van antipsychotica’ in dit formularium. Verder: men dient er rekening mee te houden dat clozapine off-label wordt voorgeschreven bij minderjarigen. Informeer de patiënt en de ouders over beide onderwerpen en maak hiervan een notitie in de status.
Bij rokers wordt clozapine sneller afgebroken dan bij niet-rokers, Let op bij eventueel stoppen met roken tijdens de behandeling.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

3. HALOPERIDOL

V –> tablet 0,5 mg, 1 mg, 5 mg; druppels 2 mg/ml (1 dr = 0,1 mg) (15 ml); injectievloeistof 1 ml = 5 mg. Tabletten mogen verpulverd worden. Tabletten van 1 en 5 mg zijn in vieren deelbaar.

D –> Starten: Kinderen: het advies is om te beginnen met 0,25-0,5 mg per dag (in 2 doses). Verhoog de dosering op geleide van het klinisch beeld en de bijwerkingen iedere week met 0,5 mg tot het gewenste effect bereikt is. Meestal wordt dit bereikt bij doseringen tussen 0,05 en 0,075 mg/kg per dag. Maximale dagdosis is 0,15 mg/kg per dag (in 2 doses).
Jeugdigen: het advies is om te beginnen met 0,25-0,5 mg per dag (in 2 doses). Verhoog de dosering op geleide van het klinisch beeld en de bijwerkingen iedere week met 0,5 mg tot het gewenste effect bereikt is. Meestal wordt dit bereikt bij doseringen tussen 0,05 en 0,075 mg/kg per dag. Effectieve dagdosis ligt tussen 1 en 7 mg per dag (in 2 doses).
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 1-2 weken in acht worden genomen.
Omzetten: hier kan gebruik worden gemaakt van een kruisschema.

O –> haloperidol dient met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiënten met een aangeboren of verlengd QT-interval of een familiaire geschiedenis met een verlengd QT-interval (ook bij zeer lage doses van 0,25-0,5 mg/dag). Indien hiervan het vermoeden bestaat of hiervan blijkt sprake te zijn, dient overleg plaats te vinden met de kindercardioloog/kinderarts. Aanwijzingen hiervoor zijn o.a. congenitale doofheid, plotse hartdood op jonge leeftijd in de familie en syncope. Daarna kan een eventuele behandeling pas ingezet worden en wordt voor en na instellen van haloperidol ECG-controle aangeraden. Voor evaluatie van eventuele extrapiramidale bijwerkingen kan gebruik worden gemaakt van de AIMS test.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

4. PIPAMPERON

V –> tablet 10 mg, 20 mg, 40 mg; druppels 40 mg/ml (1 dr = 2 mg) (60 ml). Tabletten mogen verpulverd worden.

D –> Starten: Kinderen: het advies is om bij agressie te beginnen met 4-6 mg per dag in een avonddosering. Verhoog de dosering op geleide van het klinisch beeld en de bijwerkingen iedere week met 4 mg (in 2 doses) tot het gewenste effect bereikt is. Maximale dagdosis is 120 mg (in 2 doses).
Jeugdigen: het advies is om bij agressie te beginnen met 20 mg per dag (in 2 doses). Verhoog de dosering op geleide van het klinisch beeld en de bijwerkingen iedere week met 4 mg (in 2 doses) tot het gewenste effect bereikt is. Maximale dagdosis is 120 mg (in 2 doses).
Afbouwen: voor het afbouwen van een relatief hoge dosering kan een termijn van 1-2 weken in acht worden genomen. Afbouwen van een lage dosering is overbodig.
Omzetten: hier kan gebruik worden gemaakt van een kruisschema.

O –> Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

5. PIMOZIDE

V –> tablet 1 mg, 4 mg (forte). Tablet van 4 mg is in vieren deelbaar. Tabletten mogen verpulverd worden. Niet combineren met grapefruitsap.

D –> Starten: Kinderen en jeugdigen (vanaf 3 jaar): het advies is om te beginnen met 1x per dag 0,5-1 mg oraal voor het slapen gaan en daarna wekelijks de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen te verhogen met 1 mg tot het gewenste resultaat. De geadviseerde maximale dosis bij kinderen met tics of psychose is 0,1 mg/kg/dag.
Afbouwen: pimozide hoeft gezien de lange halfwaardetijd niet afgebouwd te worden.
Omzetten: hier kan gebruik worden gemaakt van een kruisschema bij psychoses. Bij tics is dit minder aangewezen vanwege de langere halfwaardetijd en de verminderde noodzaak voor continue dekking.

O –> pimozide dient met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiënten met een aangeboren of verlengd QT-interval of een familiaire geschiedenis met een verlengd QT-interval. Indien hiervan het vermoeden bestaat of hiervan blijkt sprake te zijn, dient overleg plaats te vinden met de kindercardioloog/kinderarts. Aanwijzingen hiervoor zijn o.a. congenitale doofheid, plotse hartdood op jonge leeftijd in de familie en syncope. Daarna kan een eventuele behandeling pas ingezet worden en wordt voor en na instellen met pimozide ECG-controle aangeraden*. Ook bij doseringen > 4 mg moet ECG controle eerder overwogen worden.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

6. ARIPIPRAZOL

V –> tablet 10 mg, 15 mg, 30 mg; capsule 2,5 mg, 5 mg; drank 1 mg/ml 50 ml (drank moet worden geïmporteerd; wordt hoogst waarschijnlijk niet vergoed door zorgverzekeraar). Tabletten zijn niet deelbaar. Capsules moeten worden bereid door een apotheek (de ziekenhuisapotheek van het WZA kan deze desgewenst op verzoek van openbare apotheek bereiden).

D –> Starten: Jeugdigen (12-18 jaar):
Indicatie: Psychose en manische episodes bij bipolaire I stoornis: Startdosering: 5 mg/dag oraal in 1 dosis voor het slapen gaan. Onderhoudsdosering: startdosering op geleide van het effect ophogen tot 10 mg/dag in 1 dosis.
Opbouwschema:
Week 1: 5 mg/dag in 1 dosis voor het slapen gaan.
Vanaf week 2: 10 mg/dag in 1 dosis voor het slapen gaan.
In individuele gevallen met stappen van 5 mg/dag ophogen per 1 a 2 weken tot maximaal 30 mg/dag (doses > 10 mg/dag zijn niet per definitie effectiever).
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 1-2 weken in acht worden genomen.
Omzetten: hier kan gebruik worden gemaakt van een kruisschema.

O –> patiënt waarschuwen voor het mogelijk optreden van extrapiramidale stoornissen, waaronder dystonie, acathisie, tremor en cogwheel rigidity. Voor evaluatie van eventuele extrapiramidale bijwerkingen kan gebruik worden gemaakt van de AIMS test. Ter controle wordt het daarom aanbevolen om bij aanvang en vervolgens periodiek deze test uit te voeren. Indien deze bijwerkingen optreden, is het advies om de dosering te verlagen of een anticholinergicum toe te voegen. Verder: men dient er rekening mee te houden dat aripiprazol off-label wordt voorgeschreven bij minderjarigen. Informeer de patiënt en de ouders over beide onderwerpen en maak hiervan een notitie in de status.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

* De geneesmiddelcommissie volgt hierbij het standpunt van het kenniscentrum KJP. De fabrikant raadt standaard ECG-controle aan voor en na instellen van pimozide.

Psychostimulantia

1. METHYLFENIDAAT

V –> tablet 5 mg, 10 mg; tablet met verlengde afgifte 18 mg, 27 mg, 36 mg, 54 mg (Concerta®); harde capsule met gereguleerde afgifte 10 mg, 20 mg, 30 mg (Equasym XL®). De gewone tabletten zijn deelbaar en mogen verpulverd worden. Het omhulsel van de Concerta®-tablet is niet vervormbaar en wordt niet geabsorbeerd. Het is mogelijk om Equasym XL® capsules vlak voor inname te openen en de inhoud van de capsule over een eetlepel appelmoes (of een ander halfvloeibaar voedingsmiddel) te strooien en aansluitend wat water te drinken. De inhoud mag niet gekauwd of verpulverd worden. Equasym XL® en Concerta® zijn onderling niet uitwisselbaar.

D –> Starten: Kinderen en jeugdigen vanaf 6 jaar : het advies is om te beginnen met methylfenidaat kortwerkend 0,25 mg/kg in 2 doses ’s morgens en ’s middags en/of op een tijdstip dat de meeste symptoom reductie gewenst is, soms in 3 doses ’s morgens, ’s middags en in de namiddag (niet na 16.00 uur). In de daarop volgende periode kan verdere verhoging van de dosis met 5 mg per week nog nodig zijn voor verbetering van het effect tot een maximale dagdosis van ong. 1 mg/kg bereikt is, max. 60 mg/dag. De gemiddelde dosering ligt op 0,6 à 0,8 mg/kg per dag. Een dosering van 5 mg 3x per dag van het kortwerkende preparaat is equivalent aan 18 mg 1x per dag van het preparaat met gereguleerde afgifte in de vorm van Concerta® (20% hoger dus). Een dosering van 5 mg 2x per dag van het kortwerkende preparaat is equivalent aan 10 mg 1x per dag van het preparaat met gereguleerde afgifte in de vorm van Equasym XL®. Equasym XL® moet voor het ontbijt worden ingenomen.
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 1 week in acht worden genomen. Methylfenidaat kortwerkend kan ook ineens gestopt worden, omdat het door de korte eliminatiehalfwaardetijd toch iedere dag ‘s avonds is uitgewerkt.
Omzetten: hier kan gebruik worden gemaakt van een kruisschema (zie hoofdstuk ADHD).

O –> valt onder de Opiumwet. Vóór met stimulantia wordt begonnen moeten polsfrequentie, bloeddruk, lengte en gewicht worden vastgesteld. Ook moet worden gevraagd naar tics, stereotype gedrag, (rand)psychotische fenomenen of epilepsie, aangezien stimulantia deze symptomen soms kunnen versterken. (Relatieve) contra-indicaties zijn ernstige angst, psychose, depressie, anorexia of ondergewicht, bekende structurele hartafwijkingen of hartritmestoornissen. Eventuele behandeling bij bekende hartafwijkingen/hartritmestoornissen mag pas worden ingezet na consultatie van kinderarts/kindercardioloog.
Tabletten met gereguleerde afgifte mogen niet worden toegepast bij ernstige vernauwing van het maagdarmkanaal of bij ernstige slikproblemen, omdat de tablet niet vervormbaar is.

2. DEXAMFETAMINE

V –> tablet 5 mg (deelbaar); capsule (diverse sterkten; kunnen op individuele aanvraag door apotheek worden bereid). Tablet mag verpulverd worden.

D –> Starten: Kinderen 3-5 jaar: aanvankelijk 1,25 mg 2x per dag, vervolgens de dagdosering wekelijks verhogen met 1,25 mg tot een optimale respons.
Kinderen en jeugdigen vanaf 6 jaar: aanvankelijk 2,5 mg 2x per dag, vervolgens de dagdosering wekelijks verhogen met 2,5 mg tot een optimale respons. Maximale dagdosis is 40 mg/dag.
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 1 week in acht worden genomen. Kan ook ineens gestopt worden, omdat het door de korte eliminatiehalfwaardetijd toch iedere dag ‘s avonds is uitgewerkt.
Omzetten: Omzetten vanuit methylfenidaat kan ineens plaatsvinden.

O –> valt onder de Opiumwet. Vóór met stimulantia wordt begonnen moeten polsfrequentie, bloeddruk, lengte en gewicht worden vastgesteld. Ook moet worden gevraagd naar tics, stereotype gedrag, (rand)psychotische fenomenen of epilepsie, aangezien stimulantia deze symptomen soms kunnen versterken. (Relatieve) contra-indicaties zijn ernstige angst, psychose, depressie, anorexia of ondergewicht, bekende structurele hartafwijkingen of hartritmestoornissen.

Adrenerge middelen

1. ATOMOXETINE

V –> capsule 10 mg, 18 mg, 25 mg, 40 mg, 60 mg, 80 mg. Capsules niet openbreken.

D –> Starten: Kinderen en jeugdigen vanaf 6 jaar tot 70 kg : het advies is om te beginnen met 1x per dag 0,5 mg/kg ‘s morgens en na een week de dosering op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen zonodig te verhogen. Onderhoudsdosering 0,8-1,2 mg/kg per dag (eventueel in 2 doses). Maximale dagdosis is 1,4 mg/kg. Een eenmaal daags dosering is even effectief, maar vanwege bijwerkingen kan gekozen worden voor een twee maal daagse dosering.
Afbouwen: atomoxetine kan ineens worden gestaakt.

O –> atomoxetine dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met een slechte leverfunctie, een aangeboren of verlengd QT-interval of een familiaire geschiedenis met een verlengd QT-interval. Hieraan dient dus aandacht te worden besteed in de anamnese. Indien het vermoeden bestaat of er blijkt sprake te zijn van een patiënt met een aangeboren of verlengd QT-interval of een familiaire geschiedenis met een verlengd QT-interval dient er overleg plaats te vinden met de kindercardioloog/kinderarts.
Ook dient het met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiënten met een voorgeschiedenis van insulten. Staken van de behandeling moet overwogen worden bij patiënten die een insult ontwikkelen of als er sprake is van toename in frequentie van insulten en er geen andere oorzaak is geïdentificeerd. Bij matige leverfunctiestoornis 50% van de normale dosering. Bij ernstige leverfunctiestoornis 25% van de normale dosering. Tijdens behandeling kunnen ook leverfunctiestoornissen ontstaan. Nauwe kamerhoekglaucoom is een contra-indicatie vanwege risico op mydriasis.
Men dient alert te zijn op het ontstaan van stemmingsproblemen, prikkelbaarheid of suïcidaliteit.
Bij veel bijwerkingen kan overwogen worden de dagdosis in twee doses op te splitsen.
Bij langzame metaboliseerders is de eliminatiesnelheid verlengd tot wel ruim 6 keer de halfwaardetijd.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

2. CLONIDINE

V –> dragee 0,025 mg (Dixarit®), tablet 0,025 mg, 0,150 mg (deelbaar). Tabletten mogen verpulverd worden.

D –> Starten: Kinderen en jeugdigen tot 25 kg: het advies is om te beginnen met 0,025 mg per dag (in 1 dosis ’s avonds) en iedere 3-7 dagen op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen met 0,05 mg te verhogen tot onderhoudsdosering 0,003-0,005 mg/kg/dag in 2-3 doses, waarvan in elk geval 1 dosis ’s avonds, max. 0,4 mg/dag.
Kinderen en jeugdigen vanaf 25 kg: het advies is om te beginnen met 0,05 mg per dag (in 1 dosis ’s avonds) en iedere 3-7 dagen op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen met 0,05 mg te verhogen tot onderhoudsdosering 0,003-0,005 mg/kg/dag in 2-3 doses, waarvan in elk geval 1 dosis ’s avonds, max. 0,4 mg/dag. Dit komt overeen met maximaal 5 tabletjes van 0,025 mg voor een kind van 25 kg en maximaal 10 tabletjes per dag voor een kind van 50 kg.
Afbouwen: i.v.m. kans op rebound hypertensie geleidelijk afbouwen (0,05 mg per 3 dagen).

O –> toepassing bij ADHD is een niet-geregistreerde indicatie. Informeer de patiënt hierover en maak hiervan een notitie in de status.
Voor de behandeling moeten eventueel bestaande cardiale problemen (tensie of ritme) bij het kind of in de familie worden uitgevraagd. Bij duizeligheid of hartkloppingen, of bij verdenking op ritmestoornissen, is controle van bloeddruk en pols (frequentie en regelmatigheid) aangewezen, vooraf en gedurende de behandeling. De systolische en diastolische bloeddruk daalt bij clonidine ongeveer 10 mm Hg, dit heeft echter geen klinische relevantie. Klachten die optreden bij lichamelijke inspanning dienen echter goed uitgezocht te worden. Men moet extra alert zijn bij patiënten met depressieve symptomen, want deze kunnen verergeren.
In het begin van de behandeling treedt vooral lichte sedatie op. Het kan tot drie maanden duren voordat het volledige effect bereikt is.

Stemmingsstabilisatoren

1. VALPROÏNEZUUR

V –> tablet maagsapresistent 150 mg, 300 mg, 500 mg, 600 mg; tablet met gereguleerde afgifte 300 mg, 500 mg (beide deelbaar); granulaat met gereguleerde afgifte 1000 mg; zetpil 150 mg, 300 mg, 500 mg; drank 40 mg/ml (300 ml), 60 mg/ml (250 ml). Tabletten mogen niet verpulverd worden.

D –> Starten: Kinderen en jeugdigen tot 25 kg : het advies is om te beginnen met 250 mg per dag, verdeeld over 2 of 3 doses en iedere 3 dagen op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen de dosis te verhogen tot gemiddeld 500 mg per dag.
Kinderen en jeugdigen van 25 tot 40 kg: het advies is om te beginnen met 375 mg per dag, verdeeld over 2 of 3 doses en iedere 3 dagen op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen de dosis te verhogen tot gemiddeld 750 mg per dag.
Kinderen en jeugdigen zwaarder dan 40 kg: het advies is om te beginnen met 500 mg per dag, verdeeld over 2 of 3 doses en iedere 3 dagen op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen de dosis te verhogen tot gemiddeld 1000 mg per dag.
De effectieve plasmaconcentratie is 50-125 mg/l.
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 1 week in acht worden genomen.

O –> Men dient er rekening mee te houden dat deze indicatie off-label is bij minderjarigen. Informeer de patiënt hierover en maak hiervan een notitie in de status.
Zie voor gegevens over metabolisme en potentiële interacties tabel 1 aan het eind van dit hoofdstuk.

2. LITHIUMCARBONAAT

V –> tablet 200 mg, 300 mg, 400 mg; tablet met gereguleerde afgifte 400 mg (Priadel®, Camcolit®). Tabletten mogen niet verpulverd worden.

D –> Starten: Jeugdigen vanaf 13 jaar tot 25 kg: het advies is om te beginnen met 300 mg per dag, verdeeld over 2 of 3 doses en iedere 3-5 dagen op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen de dosis te verhogen tot gemiddeld 600 mg per dag (of 30 mg/kg/dag).
Jeugdigen vanaf 13 jaar van 25 tot 40 kg: het advies is om te beginnen met 600 mg per dag, verdeeld over 2 of 3 doses en iedere 3-5 dagen op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen de dosis te verhogen tot 750-900 mg per dag.
Jeugdigen vanaf 13 jaar zwaarder dan 40 kg: het advies is om te beginnen met 900 mg per dag, verdeeld over 2 of 3 doses en elke 3 dagen op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen de dosis te verhogen tot gemiddeld 1200 mg per dag.
De effectieve serumconcentratie is 0,6-1,2 mmol/l (spiegel dient 12 uur na laatste avondinname te worden afgenomen).
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 4-6 maanden in acht worden genomen.

O –> voorzichtigheid is geboden bij matige nierfunctiestoornis en bij schildklierfunctiestoornis. Ernstige nierfunctiestoornis is een contra-indicatie. De spiegel kan toenemen bij warm weer, optreden van infecties en duursporten. Adviseer voldoende vocht en zout tot zich te nemen.

Anxiolytica

1. LORAZEPAM

V –> tablet 1 mg, 2,5 mg; injectievloeistof 1 ml = 4 mg (inj.vlst. moet bewaard worden in de koelkast). Tabletten mogen verpulverd worden.

D –> Starten: het advies is te starten met een lage dosis en geleidelijk op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen de dosis te verhogen tot gemiddeld 0,02-0,1 mg/kg/dag verdeeld over 2-3 doses.
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 1 week in acht worden genomen.

O –> kinderen metaboliseren benzodiazepine-agonisten sneller dan jeugdigen en volwassenen. Verder: men dient er rekening mee te houden dat lorazepam off-label wordt voorgeschreven bij minderjarigen. Informeer de patiënt hierover en maak hiervan een notitie in de status.

2. OXAZEPAM

V –> tablet 5 mg, 10 mg, 25 mg.

D –> Starten: kinderen vanaf 6 jaar: het advies is te starten met een lage dosis en geleidelijk op geleide van het klinisch beeld en bijwerkingen de dosis te verhogen tot gemiddeld 0,14-1,7 mg/kg/dag verdeeld over 2-3 doses.
Afbouwen: voor het afbouwen kan een termijn van 1 week in acht worden genomen.

O –> kinderen metaboliseren benzodiazepine-agonisten sneller dan jeugdigen en volwassenen.

APPENDIX

Tabel 1.  Interactietabel

Genoemde CYP-enzymen zijn de enzymen waardoor het desbetreffende middel wordt gemetaboliseerd; tussen haakjes is eventueel het enzym genoemd waardoor het middel gedeeltelijk -in mindere mate- ook wordt afgebroken. Tevens is per middel aangegeven welke enzymen worden geremd of geïnduceerd. Indien het middel een actieve metaboliet heeft, wordt deze tevens genoemd met daarbij vermelding van het enzym waarvoor het substraat is.
– Combinatie geeft geen interactie, + Combinatie geeft interactie; combinatie wordt ontraden

 Aripi-prazolAtomox-etine
2D6
Cloza-pine
1A2 (2C19)
Haloper-idol
2D6
(3A4, 1A2)
Olanza-pine
1A2
Pimo-zide
3A4 (2D6, 1A2)
Pipam-peron
?
Quetia-pine
3A4
Risperi-don
3A4
9-OH risperi-don
2D6
Atomoxetine
2D6
-X---+---
Citalopram
2C19 (remt enigszins 2D6)
---------
Clomipramine
1A2, 2D6, 2C19 (remt enigszins 2D6)
Desmethylclomipramine
---------
Fluoxetine
2D6 (2C9) (remt 2D6 sterk en enigszins 2C19 en 3A4)
Norfluoxetine
++++-+--+
Fluvoxamine
2D6 (1A2) (remt 1A2 sterk en enigszins 3A4, 2C9 en 2C19)
--+-++/----
Paroxetine
2D6 (remt 2D6 sterk)
++-+-+--+
Sertraline
(remt enigszins 2C9 en 2D6)
--+--+---

BRONNEN

www.kinderformularium.nl

www.kenniscentrum-kjp.nl

www.fk-cvz.nl

Informatorium Medicamentorum

www.cbg-meb.nl voor 1B-teksten

http://medicine.iupui.edu/clinpharm/ddis/table.asp

auteurs van de diverse formulariumhoofdstukken