Stabiele angina pectoris

009282 v.5

Algemeen

Stabiele angina pectoris wordt gekenmerkt door de volgende drie karakteristieken:

  • Retrosternale klachten met pijn of drukkend gevoel al dan niet met uitstraling naar kaak, schouders of arm(en)
  • Provocatie van klachten (door inspanning, emoties, kou warmte, forse maaltijd)
  • Verdwijnen van klachten in rust en/of door sublinguale nitraten na 2 tot 15 minuten en die een patroon vormen dat voorspelbaar is bij dezelfde provocaties

Bij aanwezigheid van twee van deze drie karakteristieken is er sprake van atypische angina pectoris. Aanwezigheid van één van de drie symptomen wordt aspecifieke thoracale pijn genoemd.

Angina pectoris is stabiel als er geen of geringe progressie is van de klachten. Indien er tweed of meer AP-aanvallen per week zijn dan wordt onderhoudsbehandeling gestart.

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Roken staken en alcoholconsumptie beperken.
  • Voldoende lichaamsbeweging.
  • Voeding conform richtlijn Goede voeding 2015 van de Gezondheidsraad.
  • Streef naar BMI ≤25 kg/m2.
  • Hypertensie, hyperlipidemie en diabetes mellitus behandelen.
  • Uitlokkende bezigheden staken en zo mogelijk vermijden.

Medicamenteuze behandeling

De medicamenteuze behandeling van angina pectoris is onder te verdelen in medicatie om een aanval te couperen en onderhoudsbehandeling.

Couperen aanval
  • Het couperen van een aanval kan met isosorbidedinitraat 5 mg sublinguaal of nitroglycerine 0,4 mg oromucosaal
  • Geef aan aanhouden klachten een tweede en eventueel een derde dosis naar resp. 5 en 10 minuten
Secundaire preventie
  • Secundaire preventie is aangewezen angina pectoris, ook als er nog geen onderhoudsbehandeling nodig is
  • Geef altijd acetylsalicylzuur 1x daags 80 mg (bij allergie: geeft clopidogrel 1x daags 75 mg)
  • Voeg een maagbeschermer toe op basis van het hoofdstuk Maagklachten
  • Behandel verhoogde bloeddruk, cholesterolwaarden en diabetes volgens hoofdstuk CVRM en Diabetes
Onderhoudsbehandeling monotherapie

Indien aanvallen frequent voorkomen (> 2x per week), kan men naast kortwerkende nitraten aanvullende onderhoudsbehandeling geven. Streef naar een hartfrequentie van 50-60 slagen per minuut.

1. Geef een bètablokker: metoprolol mga 1x daags 50-100 mg of bisoprolol 2,5-5 mg of
1. Geef een calciumantagonist: amlodipine 1x daags 5-10 mg
2. Bij bijwerkingen of contra-indicatie: stap over of voeg een langwerkend nitraat toe: isosorbidemononitraat (Monocedocard) 1x daags 25 mg ’s morgens en hoog op tot maximaal 1x daag 100-200 mg
3. Geef bij de wens tot verlagen van de hartfrequentie maar niet verdragen of contra-indicatie voor een bètablokker: een calciumantangonist niet-dihydropyridine: diltiazem 2x daags 90-120 mg retard of 1x daags 200-300 mg mga capule of verapamil 1x daags 240 mg mga, onderhoudsdosering 2x daags 240 mg mga

Onderhoudsbehandeling combinatietherapie (2 of 3 middelen)

Bij onvoldoende effect van monotherapie met een bètablokker, calciumantagonist of nitraat komt combinatietherapie in aanmerking.

  • De voorkeur gaat uit naar een combinatie van een bètablokker en een dihydropyridine calciumantagonist (zoals amlodipine), maar ook een combinatie van een non-dihydropyridine calciumantagonist (zoals verapamil of diltiazem) met een nitraat of een combinatie van een bètablokker met een nitraat zijn mogelijk.
  • Als dit onvoldoende effect heeft, combineer dan drie middelen
Te vermijden medicatie
  • COX2-remmers en NSAID’s moeten zo mogelijk worden vermeden. Als toch een NSAID wordt gegeven, heeft naproxen de voorkeur.
  • Triptanen kunnen angina pectoris verergeren
  • TCA’s kunnen cardiale bijwerkingen geven zoals pro-aritmische effecten
  • Amfetaminen en atomoxetine kunnen angina pectoris verergeren
  • Cannabinoïden kunnen angina pectoris verergeren

Referenties

NHG standaard Stabiele angina pectoris M43, december 2019
Farmacotherapeutisch Kompas Coronairlijden, geraadpleegd februari 2021