Cellulitis – Erysipelas v5

007097 v.5

Algemeen

Diepe huidinfecties, cellulitis (een ontsteking van het onderhuidse bindweefsel), lymfadenitis (lymfeklierontsteking) en lymfangitis (een ontsteking van lymfevaten) ontstaan meestal bij infectie/ontsteking van huidwonden. De veroorzaker is in de meeste gevallen S. aureus of een streptokok die zich via een wond in de diepere huidlagen nestelt. Diepe huidinfecties gaan vaak gepaard met roodheid, zwelling en (hevige) pijn op plaats van de ontsteking met daarnaast hoge koorts en algehele malaise.

Cellulitis is een onscherp begrensde (diepe) huidinfectie die zich kenmerkt door een glanzend rood kleur, warme zwelling (soms bulleus). Erysipelas (wondroos, belroos) is ook een felrood, scherp begrensd (diepe) huidinfectie die gepaard gaat met koorts. Cellulitis en erysipelas hebben veel overlap betreft symptomen en een diagnostisch criterium van onderscheid ontbreekt, daarom worden ze hetzelfde behandeld.
Er bestaat ook een vorm erysipelas zonder dat er een wond geïnfecteerd is, dit is dikwijls een recidief van een eerder opgetreden erysipelas.
Bij lymfangitis (lymfevatontsteking) ziet men een langwerpige rode en warme streep, verlopend langs een lymfbaan, meestal aan arm of been zichtbaar. Vaak gepaard gaande met pijn en koorts, soms hoofdpijn, tachycardie en koude rillingen.

Aanwijzingen voor het maken van een keuze
De behandeling van diepe huidinfecties is altijd systemisch.
Cellulitis wordt bij volwassenen behandeld met een smal-spectrum antibioticum. Aangezien er meestal sprake is van een stafylokokkeninfectie al dan niet in combinatie met een streptokokkeninfectie, is flucloxacilline het middel van eerste keus. De resistentie van stafylokokken tegen flucloxacilline is laag. Als penicillinen niet worden verdragen is claritromycine een geschikt alternatief.

Niet-medicamenteuze behandeling

De niet-medicamenteuze behandeling is een aanvulling op de systemische behandeling.

De niet-medicamenteuze adviezen zijn gebaseerd op oorzakelijke factoren en aanbevelingen in richtlijnen en overzichtsartikelen, maar wetenschappelijk bewijs hiervoor ontbreekt. In de meeste gevallen zullen pijn en oedeem vanzelf verdwijnen. Indien dit langer dan 4–6 weken persisteert wordt ambulante compressietherapie aanbevolen. Bij het verdwijnen van het oedeem kan de behandeling met een therapeutische elastische kous worden voortgezet.

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Beperk de belasting van het aangedane lichaamsdeel en leg deze zo mogelijk hoog gedurende een week
  • Behandel de huidaandoeningen of wonden zo goed mogelijk.
  • Initieel zwachtelen wordt niet aanbevolen.

Bij recidiverende cellulitis en erysipelas (≥ 2 infectie per jaar)

  • Controleer de handen of voeten op aanwezigheid van huidaandoeningen en/of wondjes.
  • Probeer huidbeschadigingen zo veel mogelijk te voorkomen (bv. het krabben vermijden).
  • Gebruik een elastische kous bij lymfoedeem.

Medicamenteuze behandeling

Erysipelas/ cellulitis

1. flucloxacilline 4 dd 500 mg, 10 tot 14 dagen

Bij penicilline-overgevoeligheid:

claritromycine 2 dd 500 mg, 10 tot 14 dagen
of clindamycine 3 dd 600 mg,10 tot 14 dagen

Behandel pijnklachten met paracetamol.

Bij recidiverende cellulitis en erysipelas (≥ 2 infectie per jaar) kan een profylactische behandeling of zelfbehandeling door de patiënt worden overwogen.

Geef gedurende ten minste 6 maanden één van de volgende middelen:

  • fenoxymethylpenicilline 1 dd 500 mg
  • benzylpenicilline elke 4 weken 1 miljoen IE i.m.

Evalueer de profylactische behandeling na 1 jaar.
Zelf behandeling bestaat uit: flucloxacilline 500 mg 4 dd gedurende tien dagen bij de eerste tekenen van een recidief.

Referenties

1. NHG-standaard Bacteriële huidinfecties, mei 2019
2. Farmacotherapeutisch Kompas, Bacteriële huidinfecties, geraadpleegd januari 2018
3. Certe Antibioticaboek, geraadpleegd januari 2021