Eczeem en indifferente cremes_zalven v6

004708 v.6

Algemeen

Eczeem is een ontstekingsreactie van epidermis en dermis, van wisselende intensiteit. Niet gekenmerkt door een enkel verschijnsel, maar door verschijnselen die naast en na elkaar kunnen voorkomen, zoals roodheid, zwelling, blaasjes, puistjes, erosies, rhagaden, crusta, schilfers, lichenificatie (vergroting huidreliëf). Vaak onregelmatig en onscherp begrensd, neiging tot perifere uitbreiding, verloop in aanvallen, wisselende jeuk.

Er zijn 2 soorten eczeem te onderscheiden:

  • Contacteczeem: contactallergie of van een irritatieve (niet-immunologische) reactie waar bij eerder contact een sensibilisatie is opgetreden voor de betreffende stof. Het betreft een vertraagde reactie (type IV-allergie). Belangrijke contactallergenen zijn metalen (nikkel, chromaat), parfumgrondstoffen en conserveermiddelen (bijvoorbeeld in crèmes).
  • Constitutioneel eczeem: een chronische, recidiverende, inflammatoire huidaandoening, waarbij de aanleg voor het ontwikkelen van een allergische aandoening een belangrijke rol speelt (ook wel atopisch eczeem genoemd). Het is voornamelijk gelokaliseerd in knieholten, elleboogplooien, polsen en enkels.

Voor bepaling van de ernst kan de Three-Item-Severity (TIS)-score gebruikt worden. Hierbij worden op een plaats waar het eczeem het duidelijkst is, drie aspecten (roodheid, oedeem/papels en krabeffecten) elk gescoord naar ernst (afwezig = 0, mild = 1, matig = 2, ernstig = 3). Mild eczeem komt overeen met een TIS-score < 3, matig eczeem met een TIS-score van ≥ 3 en < 6 en ernstig eczeem met een TIS-score ≥ 6. Vaak zal de dermatologische diagnose niet direct te stellen zijn. Veel huidafwijkingen genezen spontaan. Dan is het verantwoord een ‘indifferente’ therapie toe te passen en het beloop af te wachten. Deze ‘indifferente’ therapie kan worden uitgevoerd met een crème- of zalfbasis zonder actief middel. Bij acute huidziektes is vooral de keuze van de basis van essentieel belang, bij chronische huidziekten neemt het belang van de basis af, in vergelijking met het gebruikte geneesmiddel. Ga voor de behandeling van jeuk naar het betreffende hoofdstuk.

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Uitlokkende factoren vermijden
  • Kort (<5 minuten) en weinig frequent douchen
  • Gebruik weinig zeep en zonder conserveringsmiddelen
  • Houd nagels kort
  • Indifferente crèmes/zalven worden besproken bij medicamenteuze behandeling

Medicamenteuze behandeling

Eczeem

Mild eczeem: 1. Indifferent middel 2. Indifferent middel met een vettere basis
Matig eczeem: 1. klasse 1 corticosteroïd 2. klasse 2 corticosteroïd
Ernstig eczeem: 1. klasse 3 corticosteroïd 2. klasse 4 corticosteroïd

Indien een corticosteroïd wordt voorgeschreven, voeg dan ook altijd een indifferent middel toe.

Indifferente middelen: Gebruik 1–2×/dag (afhankelijk van de droogte van de huid) en na douchen of baden. Bij gelijktijdig gebruik eerst het corticosteroïd en minimaal 1 uur daarna de indifferente crème aanbrengen.

Sterk werkende corticosteroïden uit de klassen II, III en IV dienen na een korte initiële periode van continue toediening, slechts intermitterend gebruikt te worden (3 dagen gebruiken, 4 dagen indifferente crème/zalf). Door depotvorming in de huid is eenmaal daags aanbrengen van de preparaten voldoende. Alle corticosteroïden kunnen huidatrofie en striae geven. Langdurig lokaal toegediende, sterk werkende corticosteroïden kunnen de bijnierschors onderdrukken. In het gezicht of in huidplooien hebben klasse 1- of klasse 2-corticosteroïden de voorkeur.

Acute, nattende huidaandoening

Waterige oplossing of zalf: water of fysiologische zoutoplossing en zinkolie of zinkoxidesmeersel aan te brengen als nat kompres of als weke pasta, anti-exsudatief (zie tabel 1). Op zeer natte huid kan ZOK-zalf worden toegepast. De behandelde huid wordt afgedekt, bij voorkeur met Engels pluksel. Na elke verbandwisseling worden de ingedroogde resten verwijderd met arachide-olie of vloeibare paraffine. Indien de huid droger is geworden kan de onderliggende huidaandoening behandeld worden met een crème.

Sub-acute huidaandoening

Crème (o/w): Cetomacrogolcrème, Lanettecrème
Crème (w/o): Waterhoudende zalf, Unguentum Leniens (Koelzalf)

Chronische, droge huidaandoening

Vette crème/zalf: Vaselinelanette- of Vaselinecetomacrogolcrème, Lanettezalf, Cetomacrogolzalf, Koelzalf, Vaseline/Paraffine en Oculentum Simplex (zie tabel 1). Vet inbrengend, afdekkend. Een vette crème trekt nog net in de huid, terwijl een zalf of vette zalf de huid een glanzend uiterlijk geeft. Een zalf of een vette zalf geeft echter wel meer hydratatie van de huid dan een vette crème. Een andere optie is de toepassing van badolie extra vettend (soya oleum) als toevoeging aan badwater of aan te brengen op de natte huid. Dit is een alternatief voor zeep. Het advies is op deppend af te drogen. Beperk zeepgebruik en voorkom vaak of langdurig douchen.

Conditie huidVormEffectPreparaten, basesType emulsie*
natte huid zinkoxide in verschillende basispreparaten indrogend Zinkoxidesmeersel
Zinkoxidekalkwaterzalf (ZOK-zalf)
-
w/o
water of oplossing in vochtige omslag indrogend Water of fysiologische zoutoplossing-
niet nat, niet droog crème neutraal Cetomacrogolcrème
Lanettecrème I/II
o/w
o/w
droogvette crème hydraterendVaselinecetomacrogolcrème
Vaselinelanettecrème
Cetomacrogolcrème met vaseline
Lanettecrème met vaseline
o/w
o/w
o/w
o/w
zalf hydraterend Koelzalf
Waterhoudende zalf
w/o
w/o
zeer droog vette zalf sterk hydraterend Cetomacrogolzalf
Lanettezalf
Vaselineparaffinezalf I/II
Vaseline
-
-
-
-
natte behaarde hoofdhuid oplossing of gel indrogend Mengsels van water, alcohol en propyleenglycol
Carbomeerwatergel
-
-
droge behaarde hoofdhuid vette zalfhydraterend 75% Basis voor cetomacrogolzalf met 25% decyloleaat (Cetiol V)
75% Basis voor lanettezalf met 25% decyloleaat (Cetiol V)
-
o/w
crème neutraal Cetomacrogolcrème
Lanettecrème I/II
o/w
o/w
smeersel neutraal Cetomacrogolsmeersel
Lanettesmeersel
o/w
o/w
mondslijmvlies zalf hechtendHypromellosezalf 20%-
Tabel 1: Basispreparaten, hun toepassing en effect bij verschillende huidcondities 

* Emulsies bestaan uit niet, of slechts gedeeltelijk, met elkaar mengbare vloeistoffen. Er zijn twee typen emulsies:

  • oliedruppeltjes die gedispergeerd zijn in water (olie in water emulsie; o/w emulsie, hydrofiel);
  • waterdruppeltjes die gedispergeerd zijn in olie (water in olie emulsie; w/o emulsie, hydrofoob).

Om beide vloeistoffen toch met elkaar te laten vermengen wordt een emulgator gebruikt. De emulgator, en in zeker mate ook de verhouding water/olie, bepaalt of een emulsie olie in water (o/w) of water in olie (w/o) wordt. O/w-emulsies zijn goed waterafwasbaar.

Corticosteroïden voor cutaan gebruik
Op voorraad in ziekenhuisapotheek WZA.

Klasse I
Hydrocortisonacetaat: crème, zalf 1%, vaselinecrème 0,1%.

Klasse II
Triamcinolonacetonide: crème 0,1%, zalf, lotion 0,1% FNA
Hydrocortisonbutyraat: Locoid® crème, lotion, huidemulsie en scalp lotion 0,1%

Klasse III
Betamethason dipropionaat (Diprosone®): 0,05% zalf
Betamethason valeraat: crème 0,1%, zalf 0,1%, lotion 0,1%
Desoximetason (Topicorte®): emulsie 0,25%
Mometason (Elocon®): lotion of zalf (vetzalf) 0,1%

Klasse IV
Clobetasol (Dermovate®): crème, zalf of lotion 0,05%
Betamethason dipropionaat in propyleenglycol (Diprolene®): zalf 0,05%

Referenties

1. Wetenschappelijk Instituut Nederlandse Apothekers (WINAP). Dermatica op recept. Den Haag, 2011, laatst geraadpleegd op 28-09-2017
2. Farmacotherapeutisch Kompas 2014. Laatst geraadpleegd 28-09-2017