Huid en subcutis

004708 v.4

Algemeen

Vaak zal de dermatologische diagnose niet direct te stellen zijn. Veel huidafwijkingen genezen spontaan. Dan is het verantwoord een ‘indifferente’ therapie toe te passen en het beloop af te wachten. Deze ‘indifferente’ therapie kan worden uitgevoerd met een crème- of zalfbasis zonder actief middel. Bij acute huidziektes is vooral de keuze van de basis van essentieel belang, bij chronische huidziekten neemt het belang van de basis af, in vergelijking met het gebruikte geneesmiddel. De in dit formularium genoemde producten zijn op voorraad beschikbaar in de apotheek. De aanwezige producten bestaan deels uit eigen productie en deels uit ingekochte producten. In principe worden producten indien mogelijk ingekocht. Magistrale receptuur (producten die geproduceerd worden binnen de apotheek en niet op voorraad beschikbaar zijn) is per definitie duur en over het algemeen zal een rationeel alternatief voorhanden zijn. In overleg met de (productie)apotheker zal geprobeerd worden een alternatief af te spreken.

Medicamenteuze behandeling

Acute, nattende huidaandoening

Waterige oplossing of zalf: water of fysiologische zoutoplossing en zinkolie of zinkoxidesmeersel FNA aan te brengen als nat kompres of als weke pasta, anti-exsudatief. Op zeer natte huid kan ZOK-zalf FNA worden toegepast maar dit product moet magistraal bereid worden (instabiel product) en is daardoor relatief duur. De behandelde huid wordt afgedekt, bij voorkeur met Engels pluksel. Na elke verbandwisseling worden de ingedroogde resten verwijderd met arachide-olie of vloeibare paraffine. Indien de huid droger is geworden kan de onderliggende huidaandoening behandeld worden met een crème.

Sub-acute huidaandoening

Crème (o/w): Cetomacrogolcrème FNA, Lanettecrème FNA.
Crème (w/o): Waterhoudende zalf FNA, Unguentum Leniens FNA (Koelzalf).

Chronische, droge huidaandoening

Vette crème/zalf: Vaselinelanette- of Vaselinecetomacrogolcrème FNA, Lanettezalf, Cetomacrogolzalf, Koelzalf, Vaseline/Paraffine en Oculentum Simplex. Vetinbrengend, afdekkend. Een vette crème trekt nog net in de huid, terwijl een zalf of vette zalf de huid een glanzend uiterlijk geeft. Een zalf of een vette zalf geeft echter wel meer hydratatie van de huid dan een vette crème. Een andere optie is de toepassing van emulsifying ointment (soya oleum) als toevoeging aan badwater of aan te brengen op de natte huid. Beperk zeepgebruik en voorkom vaak of langdurig douchen.

Corticosteroïden voor cutaan gebruik

Sterk werkende corticosteroïden uit de klassen II, III en IV dienen na een korte initiële periode van continue toediening, slechts intermitterend gebruikt te worden (3 dagen gebruiken, 4 dagen indifferente crème/zalf). Door depotvorming in de huid is eenmaal daags aanbrengen van de preparaten voldoende. Alle corticosteroïden kunnen huidatrofie en striae geven. Langdurig lokaal toegediende, sterk werkende corticosteroïden kunnen de bijnierschors onderdrukken.

Klasse I:

Hydrocortisonacetaat: crème, zalf 1% FNA, hydrocortison vaselinecrème 0,1%. Eerste keus bij kinderen.

Klasse II:

Triamcinolonacetonide: crème 0,1%, zalf, lotion 0,1% FNA
Flumetason (Locacorten®): lotion 0,02%
Hydrocortisonbutyraat: Locoid® crème, lotion, huidemulsie en scalp lotion 0,1%

Klasse III:

Betamethason dipropionaat (Diprosone®): 0,05% zalf
Betamethason valeraat: crème 0,1%, zalf 0,1%, Betnelan® 0,1%, zalf, huidemulsie
Desoximetason (Topicorte®): crème 0,25%
Fluticason (Cutivate®): crème 0,05% of zalf 0,005%
Mometason (Elocon®): lotion of zalf (vetzalf) 0,1%

Klasse IV:

Clobetasol (Dermovate®): crème, zalf of lotion 0,05%
Betamethason dipropionaat in propyleenglycol (Diprolene®): zalf of hydrogel 0,05%

Referenties

1. Wetenschappelijk Instituut Nederlandse Apothekers (WINAP). Dermatica op recept. Den Haag, 2011, laatst geraadpleegd op 28-09-2017
2. Farmacotherapeutisch Kompas 2014. Laatst geraadpleegd 28-09-2017