Rhinosinusitis v6

004616 v.6

Algemeen

Acute rhinosinusitis: hiervan is sprake bij aanwezigheid van rhinorroe of een verstopte neus samen met ten minste één ander symptoom van neus of bijholten, zoals pijn of druk in het aangezicht en verminderde reuk. De pijn kan worden gevoeld in tanden of kiezen en kan verergeren bij bukken. De duur van de symptomen is max. twaalf weken.
De klachten van een rhinosinusitis (zowel een virale als een bacteriële) gaan in principe vanzelf over, zodat behandeling over het algemeen niet noodzakelijk is.
Het onderscheid tussen een virale en een bacteriële oorzaak is niet betrouwbaar te maken en heeft geen consequenties voor het beleid.

Alarmsymptomen wijzend op uitbreiding van de infectie buiten de sinus zijn:

  • (vooral acute) visusvermindering, dubbelzien, pijn aan één oog, gestoorde oogvolgbeweging;
  • een rood of oedemateus ooglid, zwelling van de conjunctiva (chemose) of exoftalmie;
  • een frontale zwelling;
  • ernstige hoofdpijn (uni- en bilateraal);
  • misselijkheid en braken, epileptisch insult;
  • verminderd bewustzijn of neurologische symptomen (passend bij meningeale prikkeling of uitval).

Verwijs patiënten met alarmsymptomen direct naar een specialist (kno-arts, kinderarts of neuroloog).

Niet-medicamenteuze behandeling

Stomen of neusdruppels/spray met (fysiologisch) zout.

Medicamenteuze behandeling

Symptoombestrijding
  • paracetamol 500 mg, gebruik zo nodig maximaal 4x daags 2 tabletten
  • xylometazoline 0,1% neusdruppels 3dd 1 verstuiving in elke neusgat maximaal 7 dagen

Bij onvoldoende effect; geef een NSAID: naproxen 2dd 250-500mg

Antimicrobiële therapie

Antibiotica zijn doorgaans niet geïndiceerd, omdat zij slechts een klein effect hebben op de gemiddelde klachtenduur. Dat effect weegt niet op tegen de frequentie waarmee bijwerkingen optreden. Antibiotica lijken niet bij te dragen aan het verminderen van (de al zeldzaam voorkomende) complicaties. Verder is de toenemende resistentieproblematiek een reden om geen antibiotica te gebruiken.

Gelijkwaardige middelen van eerste keus zijn:

  • amoxicilline: volwassenen 500 mg 3 dd
  • Bij penicilline-allergie

  • doxycycline: volwassenen eerste dag 200 mg, gevolgd door 100 mg 1 dd
  • Heroverweeg de diagnose indien na twee dagen geen verbetering optreedt, en wel een antibioticum geïndiceerd is:

  • vervang amoxicilline door doxycycline of amoxicilline/clavulaanzuur of vervang doxycyline door cotrimoxazol.
  • Corticosteroïden

    Bij een acute rhinosinusitis met een normaal beloop wordt een corticosteroïd neusspray niet aanbevolen, noch als monotherapie noch in combinatie met antibiotica. Een klinisch relevant effect is niet overtuigend aangetoond.

    Corticosteroiden zijn wel te overwegen bij klachten zonder alarmsymptomen, die 14 dagen onverminderd aanwezig zijn, of bij frequente recidieven. Beoordeel na 4-6 weken het effect van de corticosteroïd neusspray.

    Gelijkwaardige middelen zijn:

    • budesonide 100 mcg (2x daags 1 verstuiving per neusgat)
    • fluticasonpropionaat 50 mcg (2x daags 2 verstuivingen per neusgat)

    Referenties

    NHG-Standaard Acute rhinosinusitis oktober 2014