Antipsychotica monitoringsformularium v1

017195 v.1

Doel

Dit monitoringsformularium monografie beschrijft de metingen die uitgevoerd dienen te worden bij patiënten die antipsychotica gebruiken.

Achtergrondinformatie

Monitoring

Uitgangspunten:

  • Aangezien er een verschil is tussen ouderen en jonge patiënten met een verstandelijke beperking is het zinvol om onderscheid te maken in leeftijd.
  • Bij ouderen (65 jaar en ouder), zeer kwetsbare patiënten en biologisch oudere speelt de levensverwachting ook een rol in het maken van keuzes.
Obstipatie

Wanneer:
Na 0, tussen 3 weken en 2 maanden, 3, 6 en jaarlijks informeren naar het defecatie patroon.

Waarom:
Antipsychotica kunnen aanleiding geven tot obstipatie voornamelijk op basis van anticholinerge eigenschappen.

Interpretatie:

  • De stoelgang is individueel bepaald. Indien er sinds 3 dagen geen ontlasting is, moet behandeling worden ingezet. Hiervoor wordt verwezen naar het formularium
    hoofdstuk Obstipatie.

Onderbouwing:
Voornamelijk vanwege anticholinerge eigenschappen kunnen antipsychotica leiden tot obstipatie.

Gewicht/BMI/Buikomvang

Wanneer:
Ouderen met ondergewicht of een levensverwachting van < 2 jaar: geen metingen. Ouderen met normaal of overgewicht of jongeren: meten na 0, 2 maand, 3, 6 en 12 maanden en dan jaarlijks. Waarom:
Gebruik van antipsychotica is geassocieerd met ontstaan van metabool syndroom (toename vetpercentage, gewicht, glucose, verhoging triglyceriden en cholesterol).

Interpretatie:

  • Indien sprake is van ontwikkeling metabool syndroom ga na in hoeverre de voordelen van gebruik antipsychotica opwegen tegen te nadelen van ontstaan metabool syndroom.23 Indien het ontstaan van het metabool syndroom ongewenst is overweeg te switchen naar een ander antipsychoticum of behandeling van het metabool syndroom in overleg met een deskundige op het gebied van de psychofarmacologie.

Onderbouwing:
Antipsychotica geven een grotere kans op ontstaan metabool syndroom. Echter veel ouderen patiënten hebben ondergewicht en een kortere levensverwachting. Een veel gevallen is gewichtstoename geen probleem bij ouderen.

Bloeddruk

Wanneer:
Initieel de eerste twee maanden elke week, daarna 3, 6 en 12 maanden. Daarna jaarlijks. Ook orthostatische hypotensie meten.23

Waarom:
Het gebruik van antipsychotica kan leiden tot zowel hyper- als hypotensie.

Interpretatie:

  • Stel vast of er sprake is van hypertensie, of (orthostatische)hypotensie. Ga na of de bijwerking medicamenteus behandeld kan worden of dat een dosis verlaging aan de orde is.

Onderbouwing:
Gebruik met antipsychotica kan aanleiding geven tot orthostatische hypotensie of hypertensie. Zeker (orthostatische) hypotensie is ongewenst i.v.m. sterke toename
valgevaar. Orthostatisch hypotensie is een aandoening is zeker bij ouderen vaker voorkomt en daardoor sneller herkent moet worden.

Prolactine

Wanneer:
Ouderen: alleen op indicatie (op basis van onderstaande klachten)
Anders: Initieel een uitgangswaarde en daarna alleen op indicatie (op basis van onderstaande klachten)

Waarom:
Verhoogde prolactine kan leiden tot borstvorming of borstvergroting en vloed/lekken uit de tepels. Daarnaast geeft dit aanleiding tot seksuele problemen zoals verlaagd libido en erectile disfunctie.

Interpretatie:
Een verhoogde waarden boven de:
Vrouwen 200-500 mU/L
Mannen 100-300 mU/L

Onderbouwing:
Antipsychotica kunnen aanleiding geven tot een verhoging van de prolactine. Dit komt voornamelijk voor D2 blokkade.

ECG

Wanneer:
Ouderen en jongeren: Afhankelijk bij ≥ 2 aanwezige risicofactoren en overweging levensverwachting > 2 jaar.

Risicofactoren:

  • ≥ 65 jaar
  • Vrouwelijk geslacht, premenopauzaal
  • Gelijktijdig gebruik van een ander geneesmiddel dat de QTc-tijd verlengd
  • Gelijktijdig gebruik van een ander geneesmiddel dat het metabolisme van antipsychotica vertraagd
  • Hartziekte
  • Extreem hoge dosering (> 1xDDD)
  • Electrolytafwijkingen (indien waarde bekend, indien onbekend niet als risicofactor beschouwen). Hypocalciemie, Hypokaliemie, Hypomagnesiemie.

Er moet een ECG genomen worden voor start van het antipsychoticum en een week na het bereiken van de streefdosering.

Waarom:
De meeste antipsychotica kunnen aanleiding geven tot een verlengd QT-tijd op een ECG met kans op ontstaan Torsade de Pointes en plotselinge hartdood.

Interpretatie:
QTc > 450 wordt geadviseerd een cardioloog te consulteren.

Onderbouwing:
Antipsychotica kan het QTc-interval verlengen wat kan de kans verhoogd op het ontstaan van Torsade de Pointes en een plotselinge hartdood. Op zich is de kans o het ontstaan van een Torsade de Pointes klein en wordt bij geneesmiddelen voornamelijk vast gesteld op basis van case reports. Het mechanisme waardoor het QTc-interval wordt verlengd is nog onderwerp van onderzoek maar het hERG kaliumkanaal (Kv11.1) op het hart speelt hierbij bij veel geneesmiddelen een rol.

Glucose nuchter

Wanneer:
Ouderen en jongeren: Initieel na 0, tussen 3 weken en 2 maanden, 6 en 12 maanden, daarna jaarlijks.
Waarom:
Gebruik van antipsychotica kan leiden tot toename van glucose waarden en ontstaan van diabetes.
Interpretatie:
Ouderen en jongeren: Glucosewaarden van ≥ 7,0 mmol/l is behandeling of diagnose diabetes noodzakelijk.
Bij ouderen met een levensverwachting < 5 jaar: Glucosewaarden van 6-15,0 mmol/l zijn bij deze patiënten acceptabel. Onderbouwing:
Antipsychoticum geeft aanleiding tot hyperglykemie met bijbehorende klachten die van invloed zijn op de kwaliteit van leven. Dit leidt op de korte termijn tot ongewenste situaties op korte termijn en op de lange termijn tot cardiovasculaire en nier problemen.

Vetspectrum

Wanneer:
Ouderen en jongeren Initieel na 0, 3, 6 en 12 maanden, daarna jaarlijks HDL, Totaal cholesterol en triglyceriden.
Bij ouderen met een levensverwachting van <2 jaar of na goed overleg: geen vetspectrum bepalen. Waarom:
Gebruik van een antipsychoticum kan leiden tot toename van zowel cholesterol, LDL en triglyceriden en verlaging van HDL.

Interpretatie:
Referentiewaarden:
HDL-cholesterol ≤ 0,90 mmol/l, triglyceriden > 2,8 mmol/l), LDL > 3 mmol/L; Totaal cholesterol > 8 mmol
Gaat bij de beoordeling uit van de gebruikelijke Cardiovasculair risico management. Bij totaal cholesterol van > 8 mmol is behandeling vereist. Dit kan bestaan het uit switchen van het antipsychoticum en/of het starten van een statine.

Onderbouwing:
Antipsychotica kan aanleiding geven tot het metabool syndroom met daarbij verhoogde vetwaarden. Dit leidt op de lange termijn tot cardiovasculaire problemen en andere
comorbiteiten.

Antipsychotica spiegel

Het routine matig bepalen van antipsychotica spiegels zijn niet zinvol alleen op basis van een specifieke indicatie.
Spiegelcontrole overwegen eventueel in overleg met apotheker:
▪ bij een onverwacht sterke bijwerkingen;
▪ onverklaarbare uitblijven effect met adequate doseringen
▪ referentie spiegel wanneer een stabiele en gewenste situatie is opgetreden
▪ bij een onverwacht sterke bijwerkingen
▪ 14 dagen na toevoegen/afbouwen van medicatie met bekend interactie-effect;
▪ controle therapietrouw;
▪ (dreigende) psychotische decompensatie