Allergische conjuctivitis v5

004695 v.5

Algemeen

Allergische conjunctivitis wordt onderscheiden in atopische conjunctivitis en conjunctivitis door contactallergie.

Atopische conjunctivitis (IgE-gemedieerd) treedt vaak seizoensgebonden op en gaat vrijwel steeds gepaard met neusklachten. Behalve door pollen kan deze vorm van conjunctivitis veroorzaakt worden door allergenen van dieren en voedingsbestanddelen. Verschijnselen treden vaak dubbelzijdig op.

Conjunctivitis door contactallergie berust op T-cel gemedieerde overgevoeligheidsreactie van het oog voor stoffen die in direct contact met het oog komen (met name cosmetica, oogdruppels en bewaar- en reinigingsvloeistoffen voor contactlenzen) en verdwijnt spoedig na beëindiging van hun applicatie. Meestal is naast de conjunctiva ook de huid aangedaan.

Jeuk en klachten als niezen, loopneus, tranen, branderige ogen en ooglidoedeem benauwdheid en piepen die passen bij het atopisch syndroom, wijzen in de richting van een atopische conjunctivitis. Bij twijfel over de oorzaak of indien meer duidelijkheid omtrent het oorzakelijke allergeen gewenst is, kunnen één of meer RAST-testen duidelijkheid verschaffen. Jeuk kan ook wijzen op de aanwezigheid van contactallergie.

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat een atopische conjunctivitis ook op latere leeftijd voorkomt.

Niet-medicamenteuze behandeling

Atopische conjunctivitis

Ter verlichting van de klachten kunnen koude kompressen worden gebruikt.

Conjunctivitis door contactallergie

De aandoening gaat alleen over als contact met de stof die vermoedelijk verantwoordelijk is voor de klachten verder vermeden wordt. Meestal is dat een kwestie van proberen.

Medicamenteuze behandeling

Atopische conjunctivitis

  • Allergie voor benzalkoniumchloride treedt vooral op bij langdurig gebruik en bij mensen met een allergie en kan vermeden worden door het gebruik van niet-geconserveerde oogdruppels.
  • Indien een allergische conjunctivitis begeleid wordt door neusklachten, kan behandeling van het laatste voldoende zijn.
Lokale therapie

1 Levocabastine (Livocab) 2-4x daags 1 dr.
2 Azelastine (Allergodil) 2-4x daags 1 dr.
3 Natriumcromoglicaat 2-6x daags 1 dr.

Zo nodig max. 3 dagen prednisolon minims oogdruppels 0,5% 3-4x daags 1 dr. (onder voorwaarden: geen dunne cornea (controleren met met fluoresceïne), geen contact lenzen, geen verdenking op infectie of glaucoom in voorgeschiedenis)

Zwelling, jeuk of eczeem van oogleden

1 Hydrocortison 1% crème 2x daags max. 3 dagen

Bij terugkerende klachten: overweeg onderhoudsbehandeling met levocabastine of azelastine.

Systemische therapie (indien lokale therapie onvoldoend effectief is)

1 Cetirizine 1x daags 10 mg

Conjunctivitis door contactallergie

Fenylefrine (Visadron) 0,125% 3x daags 1 dr. gedurende enkele dagen

Indien hevige klachten max. 3 dagen prednisolon minims oogdruppels 0,5% 3-4x daags 1 dr. (onder voorwaarden: geen dunne cornea (controleren met met fluoresceïne), geen contact lenzen, geen verdenking op infectie of glaucoom in voorgeschiedenis)

Zwelling, jeuk of eczeem van oogleden

1. Hydrocortison 1% crème 2x daags max. 3 dagen

Oogdruppels (algemeen)
  • De meeste oogdruppels bevatten conserveermiddelen die, evenals de werkzame stoffen, overgevoeligheidsreacties kunnen veroorzaken.
  • Oogzalf bevat wolvet en ook dit kan aanleiding geven tot overgevoeligheid.
  • De meeste oogdruppels veroorzaken na toedienen een prikkelend effect in het oog.
  • Het verdient aanbeveling de traanbuis tijdens en direct na de toediening dicht te drukken gedurende 1-3 minuten of de ogen na toediening 1-3 minuten te sluiten.
  • Bij combinatie van meerdere soorten oogdruppels wordt geadviseerd een interval van minimaal 5 minuten aan te houden.
  • Zowel oogzalf als oogdruppels dienen in de onderste conjunctivaalzak aangebracht te worden.
  • Toedienen van meer dan 1 druppel tegelijk heeft geen zin omdat de conjunctivaalzak niet meer dan 1 druppel kan bevatten.
  • Als er sprake is van infectie of irritatie van het oog of de slijmvliezen mogen geen contactlenzen worden gedragen.
  • Ook bij medicamenteuze therapie dienen contactlenzen te worden uitgelaten, daar bestanddelen van het geneesmiddel zich in de lens kunnen ophopen.
  • Algemeen geldt dat oogdruppels en oogzalf als gelijkwaardig kunnen worden beschouwd. Oogzalf en –gel in mindere mate geeft wel een tijdelijke afname van de visus.

Referenties

1. NHG-standaard Het rode oog M57, febr 2006
2. Farmacotherapeutisch Kompas, Indicaties, Conjunctivitis, geraadpleegd februari 2019
3. Groninger formularium 11e editie 2016, pagina 68