Niersteenkoliek (urolithiasis) v4

004690 v.4

Algemeen

De klinische diagnose niersteenkoliek wordt gesteld bij acute, enkelzijdige pijn in de flank met bewegingsdrang en (vaak) gepaard gaande met hematurie. Kenmerkend is uitstraling van de pijn naar de lies en bij mannen naar de tip van de penis. De vorming van urinestenen vindt meestal plaats in de tubuli en papillae van de nier. Voor het ontstaan van stenen moet de concentratie van vrije ionen van het betreffende kristal(zout) het oplosbaarheidsproduct overschrijden. Er ontstaat oververzadiging en kristallisatie, de aggregatie van kristallen geeft steenvorming. Toestanden met verminderde diurese en/of verhoogde excretie van stoffen zoals calcium, aminozuren (cystine) of urinezuur bevorderen de kristallisatie. Men neemt aan dat gezonde personen over inhibitoren beschikken, die de aggregatie van kristallen verhinderen (magnesium, citraat, pyrofosfaten, AMP’s). Deze zouden bij ‘steenvormers’ onvoldoende/niet aanwezig zijn. Chronische urineweginfecties kunnen bij ‘steenvormers’ eveneens een pathogenetische rol spelen.

Acute pijn dient te worden behandeld. Na 5-7 dagen kan de diagnose worden bevestigd door steenlozing of aanvullend onderzoek.

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Adviseer normaal te drinken (1,5-2 liter) en eten
  • Adviseer normale hoeveelheid calcium in het dieet

Medicamenteuze behandeling

Aanvalsbehandeling

1 Diclofenac 75 mg intramusculair
2 Bij onvoldoende effect morfine 10 mg subcutaan

Na koliekaanval

1 Naproxen oraal 2x daags 250-500 mg
2 Diclofenac oraal, rectaal 3x daags 25-50 mg
3 Oxycodon oraal met verlengde afgifte 2x daags 5-10 mg

Overweeg tamsulosine (1x daags 0,4 mg) voor behandeling van patiënten met vermoeden van urinestenen.

Referenties

NHG-standaard Niersteenlijden, juli 2016