Stabiele angina pectoris

009282 v.3

Algemeen

Stabiele angina pectoris wordt gekenmerkt door de volgende drie karakteristieken:

  • Retrosternale klachten, karakteristiek in kwaliteit en duur (beklemmend, drukkend, samensnoerend, meestal <10 minuten).
  • Provocatie van klachten (door inspanning, emoties, kou warmte, forse maaltijd);
  • Verdwijnen van klachten in rust en/of door sublinguale nitraten binnen 2-15 minuten.

Bij aanwezigheid van twee van deze drie karakteristieken is er sprake van atypische angina pectoris.

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Roken staken en alcoholconsumptie beperken.
  • Voldoende lichaamsbeweging.
  • Voeding conform richtlijn goede voeding.
  • Streef naar BMI ≤25 kg/m2. Probeer bij een BMI > 25 10% van het gewicht te verliezen in 6 maanden.
  • Hypertensie, hyperlipidemie en diabetes mellitus behandelen. Bij voorkomen van slaap apneu deze goed monitoren.
  • Uitlokkende bezigheden staken en zo mogelijk vermijden.

Medicamenteuze behandeling

Medicamenteuze behandeling (symptomatisch)

De symptomatische medicamenteuze behandeling van angina pectoris is onder te verdelen in medicatie om een aanval te couperen en onderhoudsbehandeling.

Couperen aanval

Het couperen van een aanval kan met isosorbidedinitraat of nitroglycerine, sublinguaal toegediend.
Naast de symptomatische medicamenteuze behandeling van angina pectoris, moet prognostische worden behandeld om cardiovasculaire complicaties te voorkomen. Zie hiervoor onder medicamenteuze behandeling (prognostisch).

Onderhoudsbehandeling monotherapie

Indien aanvallen frequent voorkomen (> 2x per week) kan men aanvullende onderhoudsbehandeling geven.

  • Bètablokkers zijn 1e keuze.
Onderhoudsbehandeling combinatietherapie

Bij onvoldoende effect van monotherapie met een bètablokker, calciumantagonist of nitraat komt combinatietherapie in aanmerking.

  • De voorkeur gaat uit naar een combinatie van een bètablokker en een dihydropyridine calciumantagonist (zoals amlodipine), maar ook een combinatie van een non-dihydropyridine calciumantagonist (zoals verapamil of diltiazem) met een nitraat of een combinatie van een bètablokker met een nitraat zijn mogelijk.

Medicamenteuze behandeling (prognostisch)

Naast de symptomatische medicamenteuze behandeling van angina pectoris, moet prognostische worden behandeld om cardiovasculaire complicaties te voorkomen.

  • Zie hoofdstuk Cardiovasculair risicomanagement
  • Acetylsalicylzuur is aangewezen bij stabiele angina pectoris.
  • Bètablokkers hebben naast een symptomatisch effect ook een gunstig effect op de prognose bij patiënten die een myocardinfarct hebben gehad.

Te vermijden medicatie

COX2-remmers en NSAID’s moeten zo mogelijk worden vermeden. Als toch een NSAID wordt gegeven heeft diclofenac de voorkeur.

Geneesmiddelen

Couperen aanval
1. Isosorbidedinitraat
2. Nitroglycerine spray

Onderhoudsbehandeling (symptomatisch)

Monotherapie
1. Bètablokker

  • Bisoprolol
  • Metoprolol
  • Atenolol

2. Calciumantagonist (non-dihydropyridines)

  • Diltiazem
  • Verapamil

3. Nitraat

  • Isosorbidemononitraat retard

Combinatietherapie
1. Betablokker + calciumantagonist (dihydropyridines zoals amlodipine)
2. Betablokker + nitraat
3. Calciumantagonist (non-dihydropyridines) + nitraat (indien CI bètablokker)
4. Betablokker + calciumantagonist + nitraat

Onderhoudsbehandeling (prognostisch)

1. Acetylsalicylzuur of clopidogrel (bij intolerantie voor acetylsalicylzuur)
2. Statine
3. ACE-remmer (ramipril)

Referenties

ESC Guideline Angina Pectoris, Augustus 2013