Brandwonden

007094 v.4

Algemeen

De eerste maatregel bij brandwonden is: zo snel mogelijk koelen gedurende minimaal 10 minuten met, bij voorkeur, lauw zachtstromend leidingwater. Koelen bekort de duur van het thermisch trauma en remt het vrijkomen van toxische stoffen uit irreversibele beschadigde cellen en de vorming van oedeem.

Brandwonden worden onderverdeeld in eerste-, tweede- en derdegraads brandwonden. Eerstegraads en ondiepe tweedegraads brandwonden worden tot de oppervlakkige brandwonden gerekend. Bij een eerstegraads verbranding is alleen de epidermis aangetast en treedt erytheem op. Oppervlakkige tweedegraads verbrandingen, met weinig verlies van dermis, hebben als kenmerken blaarvorming en een egaal rozerood aspect. Bij diepe tweedegraads verbrandingen is sprake van afwisselend rode en wasachtige witte verkleuring, de diepere huidlagen blijven intact. Derdegraads verbrandingen worden gekenmerkt door volledige beschadiging van de dermis tot in de subcutis, het aspect is witgeel tot bruin-zwart.

Aanwijzingen bij het maken van een keuze

Bij een eerstegraads verbranding is over het algemeen geen farmacotherapie vereist; de brandwond gedurende enige tijd koelen met water is voldoende. Zo nodig kan bij kleinere brandwonden lokale toediening van onder andere steriele vaseline of povidonjood-zalf worden toegepast om uitdroging en pijn te voorkomen. Ook een hydrocolloïd kan in aanmerking komen.

Tweede- en derdegraads verbrandingen worden bij voorkeur verbonden met vette gazen. Bij infectie kan men de wond reinigen met povidon-jood of op geleide van een wondkweek orale anti-microbiële middelen geven. De wonden steriel afdekken met zilversulfadiazine crème (Flammazine®). Blaren niet doorprikken, tenzij de circulatie wordt bedreigd.

N.B. Bij twijfel over de ernst van de verbranding geen “smeersels” aanbrengen, dit kan namelijk de diagnostiek bemoeilijken. In situaties met brandwonden bij kinderen en brandwonden die een groot oppervlak beslaan (minimaal de grootte van een hand), dient contact te worden opgenomen met het Brandwondencentrum van het Martini Ziekenhuis te Groningen.

Niet-medicamenteuze behandeling

In alle gevallen geldt: koelen gedurende ongeveer 10 minuten met, bij voorkeur, lauw zachtstromend leidingwater.

Eerstegraads

Eventueel een indifferente crème of zalf zoals steriele vaseline.

Tweede- en derdegraads

Vaselinegaas, afgedekt met een tweede laag van hydrofiel of absorberend verband (vette gazen zonder siliconen toepassen)

Bij ontvelling (kapotte blaar/oppervlakkig tweedegraads): gewone Mepilex®, dit is een siliconenverband, plakt niet op de wond

Medicamenteuze behandeling

Eerstegraads

Tweede- en derdegraads

1. Zilversulfadiazine (Flammazine®) (niet in het gelaat i.v.m. huidverkleuring) (wordt ontraden)

Referenties

1. Farmacotherapeutisch Kompas 2010; blz. 654, 655.
2. Farmacotherapeutische richtlijn Brandwonden via www.nhg.artsennet.nl, geraadpleegd 27 oktober 2011.
3. Website Brandwondenstichting via www.brandwonden.nl, geraadpleegd 31 oktober 2011.
4. NHG – behandelrichtlijn brandwonden, geraadpleegd op 28-09-2017