Galsteenkoliek (cholelithiasis)

004448 v.3

Algemeen

Galstenen ontstaan als het oplosbaarheidsproduct van galbestanddelen die steenvorming bevorderen (bijv. cholesterol) en galbestanddelen die steenvorming remmen (bijv. galzure zouten en fosfolipiden) wordt overschreden (lithogene galsamenstelling), of wanneer een disbalans is ontstaan tussen nucleatiebevorderende en -remmende factoren. Een vertraagde lediging van de galblaas kan ook cholesterolsteenvorming bevorderen (‘sludge’ vorming). Vaak is galsteenlijden asymptomatisch, maar er kunnen klachten ontstaan door ontsteking of obstructie van de galblaas/galwegen. Dit veroorzaakt heftige pijn in de rechter bovenbuik, rug en schouderbladen en kan ook jeuk en/of geelzucht tot gevolg hebben. Bij herhaalde galsteenkolieken gaat men over tot verwijdering van de galblaas door cholecystectomie. Galstenen kunnen veel complicaties geven.

Voor de diagnose moet onderscheid worden gemaakt in:

  • Galblaasstenen: De ‘biliaire koliek’ (een heftige aanhoudende pijn in de (rechter)bovenbuik met bewegingsdrang gedurende meer dan 30 minuten en korter dan 12 uur) is het meest betrouwbare symptoom van galblaasstenen.
  • Cholecystitis: Indien naast de pijn sprake is van misselijkheid, braken en koorts en/of als de pijn langer aanhoudt is er vaak sprake van cholecystitis.
  • Cholangitis: Indien naast de pijn tevens koorts, icterus, donkere urine, ontkleurde feces en eventueel jeuk aanwezig is dan moet men denken aan acute cholangitis.

Niet-medicamenteuze behandeling

Door gezond te eten wordt mogelijk de kans op galsteenkoliek verminderd:

  • Eet weinig verzadigde vetten en veel vezels.
  • Drink voldoende, dat wil zeggen meer dan twee liter per dag.
  • Drink niet meer dan twee glazen alcohol per dag.

Medicamenteuze behandeling

Galsteenkoliek wordt symptomatisch bestreden met diclofenac; alleen bij de volgende relatieve contra-indicaties kan morfine worden gebruikt:

  • Bij anticoagulantia gebruik
  • Bij ulcus duodeni, colitis ulcerosa en morbus Crohn
  • Bij hartpatiënten
  • Bij astma- en COPD-patiënten

Symptomatische behandeling van galsteenkoliek

  • Diclofenac 100 mg rectaal, maximaal tweemaal per 24 uur
  • Bij onvoldoende effect: morfine 10 mg subcutaan of intramusculair
  • Schrijf diclofenac 100 mg zetpillen voor, zodat de patiënt een recidief kan bestrijden. Gebruiken bij opkomende pijn maximaal 200 mg per dag.

Er is een beperkte plaats voor farmacotherapie voor het verwijderen/oplossen van galstenen. Behandeling wordt voornamelijk toegepast op high-risk patiënten en patiënten waarbij een chirurgische ingreep wordt geweigerd.

Referenties

1. Diagnostisch Kompas 2003, pagina 192-193
2. IB-tekst diclofenac
3. Farmacotherapeutisch Kompas 2014
4. Fraanje Wl, Giesen PHJ, Knobbe, K, Van Putten AM, Draijer LW. Farmacotherapeutische richtlijn Geneesmiddelen en zuurstof in spoedeisende situaties, Huisarts Wet 2012;55(5):210-20