Allergische conjuctivitis

004695 v.4

Algemeen

Allergische conjunctivitis wordt onderscheiden in atopische conjunctivitis en conjunctivitis door contactallergie.
Atopische conjunctivitis treedt vaak seizoensgebonden op en gaat vrijwel steeds gepaard met neusklachten. Behalve door pollen kan deze vorm van conjunctivitis veroorzaakt worden door allergenen van dieren en voedingsbestanddelen.
Conjunctivitis door contactallergie berust op T-cel gemedieerde overgevoeligheidsreactie van het oog voor stoffen die in direct contact met het oog komen (met name cosmetica, oogdruppels en bewaar- en reinigingsvloeistoffen voor contactlenzen) en verdwijnt spoedig na beëindiging van hun applicatie. Gaat vaak gepaard met periorbitaal eczeem en jeuk.

Jeuk en klachten als niezen, loopneus, tranen, branderige ogen en ooglidoedeem (FTK) benauwdheid en piepen die passen bij het atopisch syndroom, wijzen in de richting van een atopische conjunctivitis. Bij twijfel over de oorzaak of indien meer duidelijkheid omtrent het oorzakelijke allergeen gewenst is, kunnen één of meer RAST-testen duidelijkheid verschaffen. Jeuk kan ook wijzen op de aanwezigheid van contactallergie.

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat een atopische conjunctivitis ook op latere leeftijd voorkomt.

Niet-medicamenteuze behandeling

Atopische conjunctivitis

Ter verlichting van de klachten kunnen koude kompressen worden gebruikt.

Conjunctivitis door contactallergie

De aandoening gaat alleen over als contact met de stof die vermoedelijk verantwoordelijk is voor de klachten verder vermeden wordt. Meestal is dat een kwestie van proberen.

Medicamenteuze behandeling

Atopische conjunctivitis

  • Allergie voor benzalkoniumchloride treedt vooral op bij langdurig gebruik en bij mensen met een allergie en kan vermeden worden door het gebruik van niet-geconserveerde oogdruppels.
  • Indien een allergische conjunctivitis begeleid wordt door neusklachten, kan behandeling van het laatste voldoende zijn.
Lokale therapie

1 Levocabastine (Livocab) 2-4 d.d. 1 dr.
2 Azelastine (Allergodil) 2-4 d.d. 1 dr.

Zo nodig max. 3 dagen prednisolon 0,5% 3-4 d.d. 1 dr.

Profylaxe

1 Cromoglicaat oogdruppels

Systemische therapie

1 Cetirizine 1 d.d. 10 mg

Conjunctivitis door contactallergie

Fenylefrine (Visadron) 0,125-0,25% 3-4 d.d. 1 dr.

Indien hevig max. 3 dagen prednisolon 0,5% 3-4 d.d. 1 dr.

Referenties

1. Informatorium Medicamentorum 2005, pagina 230-236 en 569-571 en 982
2. Farmacotherapeutisch kompas 2012, pagina 672, 701-704 en 1125-1139
3. NHG-standaard Het rode oog M57, febr 2006
4. Groninger formularium 2005, pagina 56-57
5. Groninger transmuraal formularium, richtlijn conjunctivitis, november 2004
6. http://www.formularium.nl/startpage/index.php3
7. Pharmaceutisch Weekblad, maart 2005, nr.9, pagina 287-291